26 juli 2009
"Lierke Plezierke" is niet zomaar een zegswijze, het was namelijk met alle plezier dat we met een meute Kordial’ers naar Lier trokken op zondag 26 juli. Hoe we het hebben gedaan, weet ik niet, maar alle auto’s kwamen gelijktijdig en een kwartier te vroeg aan op de parking Molpoort! Lier… Beschaamd zijn we. De helft van de wereld afreizen, maar nog nooit in Lier geweest.
Eric en Monique, de USA-jetlag nog in de benen en the head, hadden een wandeling van een goede 6 kilometer uitgestippeld en een quiz samengesteld om ons te doen opletten bij iedere straathoek of panorama. Waarom Eric Lier heeft gekozen? Wat dacht je, de spoorwegen zijn daar iets van plan, vandaar…
De gratis parking Molbrug is een mooie uitvalsbasis om de stad te verkennen. Eerst kennis maken met Pallieter die in de zon en wolkenloze hemel stond te staren in het eerste parkje dat we tegenkwamen. Een stukje groen gordelen langs de Kleine en Grote Nete en waar ze in elkaar overvloeien. Kennismaken met een van “de vier van Lier”, kunstsmid Lodewijk Van Boeckel en dan het schitterend bewaarde Begijnhof ontdekken. Een ommuurd dorp in de stad, zelden een dergelijk mooi stilistisch, barok geheel gezien! Ondertussen begonnen de magen leeg te geraken, tijd voor een Sangria bij “Zuster Agnes”, vlakbij de beeldengroep van de Schapenkoppen, de scheldnaam voor de Lierenaars die in de 14e eeuw een schapenmarkt verkozen boven een universiteit. Met aangescherpte honger van de Sangria (en één sherry) sneuvelden de broodjes tussen de kauwende echte en valse tanden.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Dan weer de stad in, de Zimmertoren (nog een van de vier – hij heet Lodewijk en niet Louis), overblijfselen van de middeleeuwse stadspoorten (waarbij de Zimmertoren), de mooie huizen, herbouwd na de beschietingen van de eerste Wereldoorlog. Lier was namelijk altijd al een garnizoenstad, vroeg erom om beschoten te worden… De Grote Markt met beschermd stadhuis, herbouwd Gotisch Belfort, het Vleeshuis uit de 15e eeuw, een paar interessante kerken… Even verpozen op een terrasje bij Jerome alwaar de mierzoete Lierse minivlaaikes geproefd (welke kruiden zitten daar weer in?). Weer een stukje groen langs de Nete en de mooi bewaarde Pui uit 1508 om opnieuw het centrum in te wandelen en daarbij Felix Timmerman (nummer drie van de vier) even goedendag te zeggen. Op naar de Sint-Gummaruskerk waarvan de bouw startte eind 14de eeuw. Een parel van de Brabantse gotiek, beroemd om de brandramen en het zilveren reliekschrijn van Gummarus die wordt aanroepen als heler voor allerlei breuken, inclusief huwelijksbreuken en hij zou ook de patroonheilige van de Photoshoppers zijn. Johan heeft er een noveenkaars ontstoken, die staat vandaag waarschijnlijk nog te branden… Op het pleintje aan de kerk staan twee sierlijke lantaarnpalen van Van Boeckel, zeg niet dat de stijl ervan Art Nouveau is. Jugendstil, man, Jugendstil!
![]() |
![]() |
![]() |
Nog even te vroeg voor het avondmaal. Dus even bijtanken op een caféboot op de Nete om daar de quizvragen op te lossen en vast te stellen dat wie zich niet laat afleiden door een vrouw, de beste resultaten haalt: proficiat Dirk R.
Neerstrijken op het geroezemoesplein aan de Zimmertoren om in
Brasserie Louis te genieten van ons laatste Lierse avondmaal.
Lekker, ja, en dat vlees was ook super en de bediening perfect.
Alleen de scampi van Freddy en Eliane waren aangebrand, maar de onze
niet hoor!
Het was al rond het duistere uur van elf toen we afzakten, om in
opperbeste stemming de terugweg aan te vatten. Allemaal weer dik in
orde en heel gezellig, Kordial heeft daar stilaan een patent op. Wie
er niet bij was, heeft uiteraard veel gemist en heeft zeker alle
reden om nu in alle eenzaamheid Lier zelf te ontdekken. Maar let op,
we lazen op een bierviltje: Laat je broek niet zakken of we hebben
je te pakken! Wildplassers kunnen een boete van 250 euro aan hun
fluitje krijgen van de politie.
En, wie was nu die vierde weer van de Vier?
Fernand Mus