Bij de start in 1978 kon Kordial gebruik maken van het persoonlijk materiaal van Herman Bogaerts. Dat bestond uit 2 Leitzprojectoren en een overvloeiapparaat van Europco. Sommige leden investeerden kort daarna in eigen materiaal van dezelfde fabrikant.
De klankbanden werden via een mengpaneel gemixed en opgenomen op een Uher bandopnemer waar dan later ook de stuursignalen werden bij geplaatst.
Het Europco overvloeiapparaat was op het gebied van werking vergelijkbaar met het toen veel meer ingeburgerde Simda toestel. Via een hendel die van links naar rechts en terug werd bewogen, konden schitterende manuele overvloeiers worden gemaakt, die de kwaliteit van de Simda overstegen. Nadeel was natuurlijk dat niets kon geprogrammeerd worden en dat een diareeks uit de losse pols moest gepulst worden. Voor eenvoudige diareeksen met een niet zo kritische timing werkte dit na enige oefening perfect, maar eens de ambities werden verlegd en de diareeksen ingewikkelder en ritmischer werden stond de projectionist bij het pulsen meer dan eens met het klamme zweet in de handen. Correctie van een foutje was immers niet mogelijk en gans het programma moest opnieuw gepulst worden. Het analoge stuursignaal was bovendien zeer gevoelig voor storingen allerhande en steeds was het bang afwachten of een projectie zonder problemen zou verlopen. Daarbij fungeerde de bandopnemer meermaals als ontvanger en werden de zorgvuldig samengestelde klankbanden ontsiert door geluiden afkomstig van vreemde radiozenders. Kortom het was een tijd die we ons nu nog amper kunnen voorstellen, maar waarin ook de eisen nog niet zo hoog werden gesteld en een technisch probleem steeds werd ingecalculeerd.
Voor Kordial zorgde het Europco systeem echter voor een bijkomende handicap. Het systeem stond niet op de lijst van aanvaarde overvloeiapparaten op festivals en wedstrijden. Dit betekende dat onze club jarenlang veroordeeld was tot een rol in de coulissen, wat achteraf bekeken misschien niet zo slecht was en ons de kans gaf om in alle rust en anonimiteit een eigen stijl te ontwikkelen.
Stilaan liet de beperking van de twee projectoren en manuele overvloei zich voelen bij de meer creatieve auteurs. Nadat we eind jaren tachtig voor het eerst kennismaakten met het Nederlandse Multiscreen systeem was de belangstelling voor het werken met meerdere projectoren voorgoed gewekt. Uiteindelijk werd in 1982 gekozen voor een toestel van de firma Bässgen. Met de TCX 4040 konden vier projectoren gestuurd worden en kon iedere overvloei tot op een tiende van een seconde juist geprogrammeerd worden. Correcties konden steeds gebeuren zonder de rest van het programma te beïnvloeden. De 2 Leitz projectoren werden vervangen door 4 carrouselprojectoren van het merk Elmo en Kodak. De bandopnemer moest plaats ruimen voor een 4 sporen cassetterecorder van Tascam (464). De klankbanden werden wel nog steeds analoog gemixed. Daarbij bewees een 8-sporen Tascam cassetterecorder gouden diensten. Een nieuwe wereld ging open en het werken met programmeerbare stuursignalen en 4 projectoren opende nieuwe creatieve perspectieven. Het stuursignaal was bovendien veel betrouwbaarder en werd een soort norm op festivals. Dit opende voor ons mogelijkheden om eindelijk met ons werk naar buiten te treden en positieve resultaten op festivals bleven dan ook niet lang uit.
De evolutie hield echter niet op. Met de introductie van de Imagix software maakte Bässgen het mogelijk om de stuursignalen op de computer te programmeren. Dit betekende opnieuw extra mogelijkheden en vooral meer gebruiksgemak. Imagix 5.0 maakte het bovendien mogelijk voor wie dat wenst of over geen projectoren beschikt, de volledige diashow op de computer te monteren. De dia’s worden ingescand en in het programma kan je de overvloeiers instellen en ook direct visueel beoordelen. Bovendien was het nu ook mogelijk om in datzelfde programma geluid te importeren, te mixen en te synchroniseren. De afgewerkte soundtrack werd met de stuursignalen op een apart spoor nog altijd weggeschreven op een 4 sporen cassette.
De volgende stap werd in 2001 gezet. Dan werd de Bässgen TCX 4040 ingewisseld voor de meer gesofisticeerde Quatrix. In combinatie met Imagix 5.0 software kon worden gewerkt met een volledig digitaal stuursignaal. De vroegere plustrac codering verdween en het puur digitale freetrac signaal deed zijn intrede. Hiermee kunnen eigen overvloeicurven geprogrammeerd worden, wat nog meer flexibiliteit en verfijning betekent.
De klankband werd van nu af ook volledig digitaal in de computer gemonteerd met software van Cool Edit en Samplitude, en daarna in het Imagix programma gesynchroniseerd met de beelden.
Het eindproduct, een wave-file waar in de 16e bit het digitaal freetracsignaal is gecodeerd, wordt op een cd gebrand, en van dan af kan de show vanuit een gewone cd speler met digitale uitgang die verbonden is met de Quatrix dissolver gestuurd worden.
De Elmo en Kodak Ektapro projectoren doen hun werk nog steeds voortreffelijk, en zullen waarschijnlijk pas vervangen worden eens de digitale projectie volledig op punt staat en de mogelijkheden en kwaliteit van de diaprojectie evenaart.
In een relatief korte periode is een enorme weg afgelegd en zijn de kwaliteitsnormen met zevenmijlslaarzen opgeschoven. Alle diaporama’s die zijn opgenomen in de nieuwe voorstelling “De Elementen” profiteren van de extra mogelijkheden en professionele kwaliteit van het gebruikte materiaal.
Kordial Multimedia beschikt over een eigen geluidsversterking (versterker en luidsprekers), al het overige materiaal is persoonlijk bezit van de leden die het kosteloos beschikbaar stellen voor clubevenementen.
Johan Werbrouck