Archief > Artikels

Overzicht artikels

De schatkamer van de wereldliteratuur

Een diaporamist is een individualist. Dit lijkt een harde en nogal definitieve boutade, en uiteraard mag je nooit veralgemenen, maar toch... kijk om je heen en je kunt tal van diaporamisten opsommen die hun reeksen volledig op hun eentje maken. Soms doen ze wel eens beroep op een vriend of clubgenoot voor de technische realisatie, maar over de inhoud, vormgeving en uitwerking van hun reeks, daar beslissen ze liever zelf over. Daarin verschilt het diaporama duidelijk van de film, waar werken in teamverband veel meer is ingeburgerd en door de aard van het medium meestal ook noodzakelijk is. Of dit individualisme een goede zaak is, blijft een open vraag. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat veel klankdiareeksen er baat zouden bij hebben indien de auteur niet alles zelf had willen doen en advies en medewerking had gevraagd aan derden.

Zelf ben ik echter nogal slecht geplaatst om deze houding te veroordelen. Juist de mogelijkheid om als auteur het productieproces van een klankdiareeks volledig in de hand te houden, en geen compromissen te moeten sluiten met mede-auteurs, is één van de redenen waarom ik voor de klankdiareeks heb gekozen in plaats van voor de film. Uiteraard maak ik het mezelf niet gemakkelijk om alles zelf te willen doen (alleen voor het inspreken van de teksten doe ik beroep op iemand anders). Het diaporama stelt namelijk nogal wat eisen aan al wie er zich aan waagt. Vanuit mijn fotografieopleiding en de daarbij horende cursus filmtaal en vormgeving heb ik een gedegen basis voor alles wat het beeld aangaat. Muziek beluisteren en leren kennen is een passie waar ik reeds een twintigtal jaar intensief mee bezig ben, en die nu haar vruchten afwerpt. Techniek dat leer je met de jaren als je maar je ogen en oren wagenwijd open houdt en zelf van alles uitprobeert. En het schrijven van teksten..., op school was ik niet slecht in het schrijven van opstellen maar om nu te beweren dat ik over enig literair talent zou beschikken. In ieder geval vind ik het schrijven van de teksten voor mijn diaporama’s het lastigste onderdeel in het productieproces.

Nochtans neemt tekst in het diaporama een bijzondere plaats in. Het schrijven van de tekst en het ontwerpen van het scenario zijn met elkaar verstrengeld en samen bepalen ze de structuur en de inhoud van de klankdiareeks. Meestal is het zo dat ik wel een duidelijk beeld heb van waar ik met het scenario naar toe wil, maar dat ik problemen heb in het beeldend en genuanceerd verwoorden van ideeën en gevoelens. Het zou logisch zijn dat ik mij op dat moment zou wenden tot een specialist tekstschrijver met de vraag om mijn gedachten vorm te geven. Hoewel ik het nog nooit echt heb uitgeprobeerd, vrees ik dat op het moment dat ik mijn geesteskind uitlever aan een derde, die er zodanig zijn stempel op zal drukken dat ik het eindresultaat niet meer als mijn reeks zal kunnen beschouwen. Ik ben er mij van bewust dat voor andere auteurs deze werkwijze perfect aanvaardbaar is en tot goede en voldoening schenkende resultaten kan leiden. Ik, individualist die ik ben, wil echter ook wat betreft de tekst het laatste woord hebben en die naar mijn inzicht en smaak kunnen samenstellen.

Als oplossing voor mijn probleem heb ik een techniek ontwikkelt die mij in het verleden slechts zelden in de steek heeft gelaten. Als ik in de knoei zit met een tekst of met een scenario, als de inspiratie absoluut niet meer wil komen, dan breng ik een bezoek aan de schatkamer van de wereldliteratuur. Dan trek ik naar de bibliotheek op zoek naar een roman, een verhaal, een gedicht dat mij opnieuw op het goede spoor kan zetten. Denk nu niet dat ik dan zomaar een tekst vind die precies voor mijn bedoelingen geschreven lijkt. Nee... zo gemakkelijk is het nu ook weer niet. Die zoektocht loopt niet altijd van een leien dakje. Zeker niet als ik naar iets zeer specifieks op zoek bent. In ieder geval is het een illusie te hopen een tekst te vinden die je zomaar integraal kunt overnemen. Meestal moet ik ontelbare dichtbundels doorlopen om dan uiteindelijk één strofe te vinden die perfect aansluit met waarmee ik op dat moment bezig ben. De grote ontdekking is zelden meer dan één zinsnede, één prachtig verwoord beeld dat ik kan gebruiken en dat mij nieuwe inspiratie bezorgt. Het komt er dus in feite op neer bergen basismateriaal te doorworstelen, her en der kleine kernen bruikbare tekst te selecteren en die dan achteraf te bewerken, te combineren, als een puzzel te laten in elkaar passen en de ontbrekende fragmenten zelf in te vullen.

Het Verloren Seizoen

Een perfect voorbeeld van deze werkwijze is de tekst voor mijn diaporama Het Verloren Seizoen. Het scenario van deze reeks stond mij scherp voor de geest en werd grotendeels bepaald door het beschikbare beeldmateriaal, in casu de schilderijen van Monet, Degas en Renoir. Het schrijven van de tekst was echter een ander paar mouwen. De reeks verhaalt over de jeugdjaren van het hoofdpersonage, een oude man die alles herbeleeft in een flashback. Ik wilde meer dan gewoon zijn levensverhaal vertellen. Met de tekst wilde ik doordringen tot in de ziel van de man en zijn gevoelens aan de oppervlakte brengen. Dit moest bovendien gebeuren in een fijngevoelige stijl die aansloot bij de poëzie van de impressionistische beelden en de bijpassende en reeds grotendeels gekozen muziek. Ontelbare vellen papier zijn in de vuilbak beland. Ik slaagde er maar niet in de juiste toon te vinden en de gevoelens en gedachten die mij voor de geest stonden in woorden te vertalen. Ik geraakte ontmoedigd en begon de hoop op te geven het project tot een goed einde te kunnen brengen.

Het sleutelmoment, waarop ik wellicht onbewust zat te wachten, kwam er toen ik een boekje over Bretagne in handen kreeg. Daarin stond een bloemlezing van tekstfragmenten en citaten van o.a. Chateaubriand, Flaubert, Hugo en andere auteurs die de lof zongen over deze landstreek in Frankrijk. Ik vond er een aantal korte teksten, soms maar één enkele zin, die als het ware door mijn fictief hoofdpersonage konden zijn uitgesproken en ook perfect aansloten bij mijn beelden (o.a. de zee te Etretât). Ik was opnieuw gelanceerd en heel het concept van mijn reeks stond mij nu duidelijker dan ooit voor ogen. Door deze voorbeelden van grote auteurs kreeg ook mijn eigen schrijverstalent een nieuwe impuls en tot mijn eigen voldoening slaagde ik erin een aantal bijkomende teksten te schrijven.

Voor het raamverhaal, waarin de invloed van de seizoenen op de oude man behandeld wordt, ging ik te rade bij Clem Schouwenaars. Ik kende zijn dichtbundel IJzertijd. Daarin beschrijft hij het leven in de kale IJzervlakte en in het bijzonder de natuur en de seizoenen. In enkele van de opgenomen gedichten stonden sterke beelden die ik ook in mijn tekst kon verwerken. Ook hier weer selecteren, combineren, puzzelen, bewerken, zelf bijschrijven. Dit alles ook in functie van de beelden en de muziekband. Het eindresultaat is een amalgaam van diverse oorsprong dat ik ook een beetje als mijn eigen tekst beschouw en waarover ik bij het samenstellen de volledige controle had.

Voorbeeld

In het scenario was ook voorzien dat mijn hoofdpersonage op een bepaald moment naar Parijs trekt om te studeren. Tijdens zijn verblijf in die bruisende stad wordt hij verliefd op een balletdanseres. Hij trekt elke avond naar het theater waar hij haar vanuit de coulissen bewondert. Ik vond niet de goede woorden om deze verliefdheid kernachtig - ik had maar weinig dia’s (balletscenes van Degas) om dit te illustreren - maar toch poëtisch te beschrijven. Tot ik het volgende gedicht las van Paul Vanderschaeghe:

Maar
Toen jij kwam - je hing
gordijnen van niets dan zon
voor je ogen en je zei:
Laat niet de straat zien
wat je denkt in mij
of droomt of construeert.
Ik zal je zomer zijn.
Heel ver in mij
speelden de vlinders toen haasje-over

etc.

De tekst zoals hij gebruikt is in de diareeks ziet er uit als volgt:

En toen kwam jij, je hing gordijnen van niets dan zon voor je ogen en je zei, “ik zal je zomer zijn”.

Je was mijn prima ballerina en elke avond vergezelde ik je naar het theater waar ik vanuit de coulissen ademloos toekeek hoe jouw jong en lenig lichaam zich met een ondraaglijke lichtheid over de scene bewoog. Iedere spier gespannen, balancerend in wankel evenwicht, volgden pirouette en entrechat elkaar op.

Heel ver in mij speelden de vlinders toen haasje over.

De Wrede Waan

De ontstaansgeschiedenis van mijn klankdiareeks “De Wrede Waan” is een geval apart, en gaat in feite terug tot begin jaren ‘80. Het is in die periode dat de dia’s, een persoonlijke impressie van het toen oude leegstaande St. Janshospitaal te Brugge, zijn gemaakt. Toen is er ook een diareeks mee samengesteld die de tand des tijds en de als maar groeiende zelfkritiek niet kon weerstaan. De dia’s zelf bleven mij wel aanstaan en ik had het plan opgevat om er ooit nog eens iets mee te doen.

Naast het doelbewust zoeken naar teksten gebeurt het ook regelmatig dat ik in de plaatselijke bibliotheek boeken ontleen zonder vooropgezet doel, gewoon uit interesse of nieuwsgierigheid. Zo nam ik in het voorjaar van 1992 het verzameld dichtwerk van Jotie T’Hooft mee naar huis. Ik had namelijk een artikel gelezen over deze dichter die op 21-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne (hij had zijn dood aldus gewild en gezocht) en toen reeds een imposant oeuvre bij elkaar had geschreven. Eén gedicht in het bijzonder sprong er uit en riep bij mij direct associaties op met de dia’s van oud St. Jan.

Napoleon
Door een list van de vijand zit ik
gevangen. Men meent dat ik gek ben
maar ik begrijp de bedoeling: wijl
ik hier ben verandert men de aarde
zodat ik, eenmaal vrijgelaten
erin verdwalen moet.
Ik dwaal in eindeloos hoge zalen
vol zwijgende gedaanten. De kreten
kan ik niet van de stilte onderscheiden,
schaduwen vallen van waar geen licht is.
Er is overal licht

Verschillende elementen lagen aan de oorsprong van deze spontane associatie. In de eerste strofe is er sprake van iemand die opgesloten zit (in een gesticht ?), waarschijnlijk omdat hij gek is, al heeft hij daar zelf een andere theorie over. De link met het hospitaal van St. Jan was gemakkelijk gelegd. In de tweede strofe komt het beeld van het ronddwalen in eindeloos hoge zalen en het overal aanwezige licht overeen met sommige van mijn beelden. Daarbij komt nog dat de zwijgende gedaanten en de kreten mij op één of andere manier deden denken aan een muziekstuk van Luigi Nono (Contrappunto dialettico alla mente) dat ik ooit eens op een cassette had opgenomen, en dat mij door zijn originaliteit altijd was bijgebleven. Het is een hedendaagse klassieke compositie voor toonband en elektronische instrumenten waarin Nono ontelbare stemmen vermengd die gaan van zacht gefluister tot schril geschreeuw. Direct de cassette opgezocht, het muziekstuk beluisterd en .... het scenario van mijn reeks begon reeds vorm te krijgen. Het zou gaan over een man die gevangen zit in een gebouw (een labyrint), ronddwaalt door de lege gangen, kamers en zalen, en ten prooi valt aan waanbeelden waarin hij o.a. stemmen hoort maar niemand kan ontdekken. De basisidee was er, nu moest de uitwerking volgen. Was het een gebrek aan inspiratie of gewoon luiheid, in ieder geval heb ik er niet meteen aan verder gewerkt en verdween gans het idee stilaan weer op de achtergrond. Wellicht had het feit dat het hier ging om oude dia’s, en dus eigenlijk om het herwerken van een vroegere reeks, er iets mee te maken. Dan is de motivatie en gedrevenheid altijd iets minder.

En dan, ruim een jaar later, plots een nieuwe vonk. Ik las een gedicht van Gerrit Achterberg en besefte dat ik hier de ontbrekende schakel voor het afwerken van mijn diareeks in handen had. Op zich was de ontdekking niet spectaculair. Alleen een paar korte zinnen. Maar dat was juist de impuls die ik nodig had om de tekst verder uit te werken. Vooral het thema van het ronddwalen in een labyrint sloot perfect aan bij het voorontwerp van het scenario dat ik reeds had.

Thebe
Met leven toegerust voor beiden,
liep ik vannacht de gangen in,
die naar u leiden.
Het ondergrondsch geburchte droeg
een stilte, die met tegenzin
mijn tred verdroeg.
De muren stonden als verzadigd
van ruige schimmel; lucht en licht,
voorgoed beschadigd,
beten mij uit; de wil alleen
bij u te zijn in ‘t jongst gericht,
hield mij ter been.
Het labyrinth verliep in schroeven
van eender, blinder cirkeling.
U ten behoeve?
Ik weet niet meer hoe lang ik ging.
Hoe brachten zij, die u begroeven,
zover een ding ?

etc.

Uit de eerste strofe van dit gedicht kon ik mijn openingszin distilleren. Dit was een belangrijk gegeven omdat het ontbreken van een goede opening mij tot dan toe had afgeremd in het verder afwerken van de tekst.

Vandaag liep ik de gangen
in het labyrint droeg een stilte
die met tegenzin mijn tred verdroeg.

Voor het vervolg greep ik terug naar de eerste strofe uit het gedicht Napoleon. Daarin maken we nader kennis met het hoofdpersonnage en vernemen we iets over het hoe en het waarom hij zich in dit labyrint bevindt.

Door een list van de vijand zit ik hier gevangen
Men meent dat ik gek ben
Maar ik begrijp hun bedoeling
Terwijl ik hier ben verandert men de wereld
zodat ik eenmaal terug vrij erin verdwalen moet.

In de derde strofe van Thebe sprak vooral het zinnetje Ik weet niet meer hoe lang ik ging en het beeld. Het labyrinth verliep in schroeven van eender, blinder cirkeling mij aan. Beide vertellen ze iets meer over het eindeloos ronddwalen in het labyrint en over het steeds opnieuw terugkomen op dezelfde plaatsen zonder een uitweg te vinden. Rekening houdend met het beschikbaar beeldmateriaal vulde ik dit aan met eigen woorden. Mijn tekst ging aldus verder als volgt:

Ik weet niet meer hoelang ik liep
Ik dwaalde in blinde cirkels
Steeds dezelfde lege kamers
Steeds dezelfde eindeloze trappen
op en neer, op en neer...

Op dit punt moest ik stilaan aan een dramatisch hoogtepunt beginnen denken. Daarvoor keerde ik terug naar de tekst van Jotie T’Hooft. De sleutelwoorden waren kreten, stilte, schaduwen en licht. Ook de muziek van Nono, die de waanzin voelbaar maakte en die ik in mijn reeks zeker wilde gebruiken, inspireerde mij en deed de woorden gefluister en schril spontaan opwellen. Verder liet ik de dia’s op mij inwerken en als resultaat van al deze verschillende impulsen schreef ik de volgende tekst:

Alleen het licht veranderde...
Het straalde van de muren in verblindend wit en
vulde de ruimte tot in de verste schaduwhoeken.
En met het licht kwamen ook de stemmen
Eerst nauwelijks hoorbaar, niets meer dan gefluister eigenlijk
maar weldra luider en schriller
Ik hoorde maar verstond niets
Ik zocht maar vond niemand
Niemand... Er was niemand.

Mijn diareeks ging stilaan naar zijn einde en in mijn tekst moest ik tot een soort van afronding, tot een conclusie komen. Het leek mij een goed idee om daarvoor terug te grijpen naar het waanidee van het hoofdpersonage - men was de wereld aan het veranderen zodat hij zijn weg er niet meer zou in terug vinden - dat reeds vroeger in de tekst was beschreven.

En toen wist ik
dat het te laat was
Dit was mijn wereld niet meer.

De tekst was af en het stond voor mij van meet af aan vast dat door het toevoegen van galm aan de stem de bevreemdende sfeer alleen maar kon sterker worden. Ik heb deze techniek uiteindelijk niet alleen toegepast op de stem maar ook op de muziek en de geluiden.

De afgewerkte diareeks werd goed onthaald, kreeg veel lof toegezwaaid en daardoor kregen mijn oude dia’s plots een nieuw leven.

Besluit

Het gebruik van bestaande literatuur in reeksen zoals "Het Verloren Seizoen" en "De Wrede Waan" is hier uitvoerig toegelicht maar ook in veel van mijn andere diaporama’s heb ik deze werkmethode in één of andere vorm toegepast. De tekst van "Eeuwig duurt het Water" is een integraal gedicht van Anton van Wilderode. In "Het Hondenpad" laat ik Vincent Van Gogh aan het woord door middel van fragmenten uit zijn vele brieven. "De Laatste Zeven Dagen" is geïnspireerd op de roman "De Naam van de Roos" van Umberto Eco en in Saga, mijn ander Middeleeuws verhaal, is het thema van de Zwarte Ruiters ontleend aan Tolkiens "In de Ban van de Ring". Het scenario voor mijn nieuwe klankdiareeks "Dagboek van een Verdwenen Soldaat", een verhaal rond de Eerste Wereldoorlog, is gegroeid na het lezen van de roman "Weerzien bij Passendale" van de Nederlandse auteur Adriaan Viruly, terwijl er ook tekstmateriaal uit Velden van weleer, een reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, en uit Erich Maria Remarques Van het westelijk front geen nieuws is in verwerkt.

Zoals U merkt is de schatkamer van de wereldliteratuur voor mij een ware goudmijn gebleken. Uiteraard valt het niet allemaal vanzelf in je schoot. Je moet er inspanningen voor doen en soms veel geduld en doorzettingsvermogen hebben, zeker als je naar iets specifieks op zoek bent. Het vraagt, net zoals bij muziek trouwens, een brede interessesfeer, een bereidwilligheid om nieuwe dingen te ontdekken en te leren kennen. Je moet je als het ware openstellen voor de muze die dan op de meest onverwachte momenten kan opduiken.

Voor mij is deze manier van werken tot nu toe ideaal. In de literatuur vind ik inspiratie en basismateriaal voor mijn teksten en scenario’s en ik behoud de volledige controle over het eindresultaat. Ik vind er ook de ruimte voor een eigen tekstuele inbreng en hoef met niemand compromissen te sluiten. Voor iemand anders zal een andere manier van werken wellicht een even grote voldoening schenken. En is dat uiteindelijk niet het allerbelangrijkste, dat in het diaporama iedereen zijn eigen weg kan vinden?

Johan Werbrouck

Top

Weekaa © 2012