Wanneer je op ontdekking uitgaat in de zwart-wit wereld van de fotografie, dan ontdek je pas wat fotografie is: licht en schaduw, een subtiel evenwicht in de weergave van elk onderwerp. Léonard Misonne, de belangrijkste fotograaf die België voortbracht, zei ooit: “Het onderwerp is niets, het licht is alles”. Een axioma dat ik steeds tracht toe te passen in mijn zwart-wit fotografie.
Het is niet eenvoudig om dingen die ons omringen, en die je dus altijd in kleur ziet, in gedachten om te zetten naar zwart-wit. Dat vraagt helaas meerdere jaren training en doorzetting. Als je iemand in kleur portretteert, dan fotografeer je zijn kleren, als je dat doet in zwart-wit, dan fotografeer je zijn ziel. Kan me niet meer herinneren waar ik het hoorde, maar het is een zeer goede benadering van de essentie van zwart-wit fotografie.
Tijdens de laatste tocht door het westen van de USA ging de zoektocht dus onder meer naar onderwerpen die het “in zwart-wit goed zouden doen”. De trek liep door Nevada, Arizona, New Mexico en California. De streken waren fotografisch niet nieuw, want in de goede oude tijd (?) van Tri-X film, waren de meeste zaken reeds uitgebreid gefotografeerd. Helaas kan je met die oude analoge beelden vandaag nog moeilijk uitpakken. (Hoewel… een hele reeks filters van Silver Efex, je toelaten Tri-X-achtige beelden te maken van de hoge resolutie beelden van een moderne full frame camera; maar de echte Tri-X sfeer geven ze toch niet, geloof me.)
Er is een zeer groot voordeel aan een tweede of derde maal dezelfde onderwerpen fotograferen: je weet dan al waar de moeilijkheden zitten, je weet vooral uit te zoeken hoe de lichtinval zal zijn op de plaats waar je naar toe trekt, in welk tijdstip van het jaar de zon niet te hoog zit en dus te sterke contrasten vermeden worden. In het kort samengevat: je plant de tocht totaal in functie van de fotografie, wat uiteraard niet voor iedereen mogelijk zal zijn. Je tracht ook een periode te vinden waarin de temperatuur “werken voor fotografie” aantrekkelijk maakt. Maar dat heb je niet echt zelf onder controle: deze maal begon de tocht bij 23°C en na een dipje naar 15°C, zes weken later eindigde bij 43°C, dit laatste niet iets om met veel materiaal en zwaar statief op te trekken.
Of je nu in kleur of met het oog op zwart-wit fotografeert, veel tijd moet je kunnen besteden aan het evalueren van je onderwerp. Het maken van de beelden is maar enkele seconden werk, het beste standpunt vinden, wachten tot alle busladingen Chinezen of Russen vertrokken zijn, tot de zon er opnieuw doorkomt, dat kan wel eens lang (te lang) duren. Een voorbeeldje: wereldberoemde fotografen zoals Stieglitz en Ansel Adams zijn voorbeelden van geduld: Stieglitz wachtte 7 (zeven) uren in de regen op een hoek van twee straten in New York, tot hij het beeld zag zoals hij het zich voorstelde; Ansel Adams keerde meerdere jaren na mekaar naar dezelfde plaats in Yosemite terug omdat de sneeuw niet “goed” was. Tijdens deze reis kwam ik voor de derde maal bij plaatsen, waarvan ik reeds op voorhand had genoteerd om welk uur ik er wilde zijn. Extreem? Ja. Gek? Vast en zeker. Zou ik het nog doen? Absoluut, want nu heb ik wat ik vroeger hoopte hebben.
Van de originele opnames in kleur, uiteindelijk zwart-wit afdrukken bekomen is een heel proces. Als je in een AV productie de balans moet maken tussen foto, klank en story op basis van een hele set gegevens, dan zal de beeldontwikkeling langzaam en logisch opgebouwd worden om daardoor tot een totaalindruk te komen. In de de éénbeeld fotografie zal het hele “verhaal” in één opname gebundeld moeten zitten. Dit wil zeggen dat er niets te veel of te weinig mag in voorkomen. Het wordt dus in de eerste plaats een analytisch, compositorisch streng, makkelijk “leesbaar” beeld. In duidelijke taal gezegd: alles elimineren wat er niet in thuis hoort, en dat kan erg ver gaan. In mijn kenniskring heb ik iemand die zich specialiseert in architectuuropnames van o.a. binnenzichten van kerken. In die architectuur horen de (ouderwetse) kerkstoelen niet thuis, dus zet hij eerst alle stoelen weg, kuist de kerk (of toch wat in beeld komt) voor aan de opname te beginnen (en zet de stoelen later wel terug, alles na afspraak met Mr. Pastoor…). Extreem, zeker. Maar het resultaat mag er zijn! De kerk straalt plots een veel indrukwekkender perspectief uit. In landschapsfotografie kan je uiteraard niet even een storende heuvel zomaar verwijderen en daarna terug plaatsen. Een rigoureuze beeld uitsnit van de originele opname is daarom van het grootste belang. Aan je opname standpunt kan je later niets meer aan veranderen. Daarom maak ik meestal een reeks opnames waarbij het standpunt maar weinig verschilt. Tevens maak ik voor zwart-wit werk systematisch bracketing belichtingen met 5 of 7 beelden, met 1/3 of 2/3 EV verschillen, met diafragma voorkeuze, om de scherpte verdeling constant te houden. Als het niet bedoeld is voor HDR, dan kan dat uit de hand, als er voldoende licht is uiteraard. HDR toepassen kan maar hoeft niet altijd, het is een kwestie van contrast verschillen in het beeld. Het samenstellen van HDR belichtingen, van op een zwaar statief opgenomen, zijn toch iets minder scherp dan één enkele directe opname. Aan veel HDR beelden zie je een onnatuurlijke opscherpen dat storend is in kunstfotografie.
Tot zover de “fotografie ten velde”. Er is, zeker even belangrijk, de beeldbewerking en het afdrukken thuis. Iedereen heeft daar zijn eigen werkmethode voor. Persoonlijk doe ik de beeldcorrectie met een mix van drie programma’s: Ik start met Nikon Capture NX2, omdat ik daar het meest vertrouwd mee ben en omdat je elk Nikon beeld (en ook andere, met aangepast programma) direct kan openen. Het sterke punt van NX2 is de punctuele selectieve bewerking van zones en details in het beeld. Juist zoals je vroeger in de donkere kamer te werk ging met doordrukken en tegenhouden. Zo bouw je een foto uit tot een eigen interpretatie. Fotografie mag zonder twijfel meer zijn dan de zuivere weergave van de realiteit, de kunst is te weten hoe ver je daar in kan gaan. Het is zeker de belangrijkste stap in de beeldbewerking. Je kan dat ook in Lightroom, waarvan ik dan vooral de souplesse van de contrastcurve instellingen erg waardeer (maar de witbalans correcties dan weer iets minder, vandaar mijn voorkeur om in NX2 te starten). Lightroom wil je helaas altijd duwen in een door hen bepaalde richting van beelden klasseren, importeren en exporteren. Niet handig als je een beetje een eigenzinnig fotograaf bent. Ik heb namelijk geen behoefte aan al die trefwoorden en catalogussen. Lightroom biedt je ten slotte wel een uniek systeem om het beeld af te drukken, een kader te geven, te plaatsen op het papier en er ook een onderschrift bij te zetten. Moet ik in een beeld bijvoorbeeld één hoek rechttrekken (omwille van een perspectief correctie), dan gaat dat in Photoshop (CS4, ik heb geen CS5 omdat ik er de noodzaak niet van inzie en omdat CS6 misschien eindelijk controlepunt technieken - zoals in NX2, Aperture en NIK software filters - zal hebben en misschien eindelijk een echt fotobewerkings programma zal worden). Photoshop heeft me omwille van de werking met layers nooit aangesproken, het wordt snel onoverzichtelijk (andere beeldbewerkingsprogramma’s werken uiteraard ook met layers, maar wel verborgen, zodat je er niet zelf moet voor instaan). Photoshop is, niet tegenstaande de naam en de grote populariteit, niet echt het beste programma voor fotografen (wel voor grafici, maar dat is een andere wereld). Voor het aanpassen van formaten en omzettingen en retoucheren is het nog steeds een uitstekende hulp.
Er bestaan voor deze programma’s een grote waaier aan plug-ins met filters voor een welbepaalde bewerking. Waarschijnlijk zijn er filters die soms in mijn bewerkingen in zwart-wit werk kunnen ingezet worden, maar ik twijfel er sterk aan of ze het “handwerk”, om het maar zo te noemen, van een individuele “inspiratie” kunnen evenaren. Het zal wel sneller een spectaculair resultaat geven, maar dat is niet direct mijn probleem. Ik kan, zoals ik vroeger een hele dag in de doka stond om één goede foto te maken, ook nu nog steeds “digitaal” een dag of meer me verdiepen in het produceren van één goede digitale afdruk(of één beeld voor een AV montage). Mijn afvalbak is nog steeds even groot en staat nog steeds naast mij.
Als voorbeeld van een beeldbewerking nemen we de opname van de Cook Bank in Rhyolite een ghost-town in Nevada op de grens met Death Valley in California. De eerste maal dat ik een foto van dit gebouw zag was een zwart-wit opname van Lucien Clergue. Een 21mm opname met sterk achterover hellende perspectief. Het moet in de periode 1965 -1975 geweest zijn. Gefascineerd door groothoekfotografie wilde ik ooit dat beeld ook trachten te maken. Twee maal zijn we naar Rhyolite geweest, de laatste maal in 1988, twee maal enkele films verschoten, om uiteindelijk toch maar met imitatie naar huis te komen. Heb daar steeds een slecht gevoel over gehad, niettegenstaande het een wedstrijdfoto was die succes had. Het was nu eenmaal niet mijn idee. En zwart-wit fotografie zou juist iets persoonlijks moeten zijn. Intussen een pak ouder geworden is de rage van de ultra zichtbare groothoek gepasseerd, ben nog steeds een groothoekfotograaf, maar dan misschien iets minder “agressief”. Heb dus nu een standaard groothoek van 24 mm gebruikt, waardoor een iets minder perspectief effect, iets braver dus, maar toch nog voldoende dieptecontrast. Als ik nu thuis ben, toch een beetje spijt dat ik geen 21 mm mee had…Van een verslaving is moeilijk af te komen.
![]() |
![]() |
![]() |
|
Rhyolite, Cook Bank, Nevada. |
||
Foto 1 toont de scan van de analoge 21 mm opname en print uit 1988. Foto 2 toont de originele, onbewerkte raw opname met 24 mm van 2011. Foto 3 de bewerkte foto tot zwart-wit. Je kan moeilijk op een website tonen waar al de bewerkingen zitten. In NX2 werd in raw de witbalans iets aangepast. De twee mogelijke raw bewerkingen om de donkere en lichte partijen te controleren zijn een essentieel deel in de raw bewerkingen. Bij de opname is er voor gekozen de verticale lijnen volledig verticaal te houden en dus geen vertekening te hebben. Daardoor ontstaat een grote lege voorgrond zeker als daar “niets fotografisch vullend te zien is” zoals hier. Die is dan in NX2 weggesneden en de resterende voorgrond behoorlijk donker gemaakt om diepte in het beeld te creëren. Dat is langs de zijkanten ook gedaan, maar iets subtieler en plaatselijk, niet over de volle hoogte. Het formaat van de foto wordt daardoor anders, zoiets is bijna onmogelijk als het beelden voor AV montage betreft. In dat geval moet je een andere kadrering bedenken. (Voor mijn beeldformaten bedoeld om af te drukken tracht ik een zekere eenheid te bewaren en werk met drie verhoudingen: 3:2 (origineel), 4:5 en 4:4; voor AV montages is dat dan 3:2 of 16:10 (wat de verhouding 1,6 van de gulden snede respecteert). De contrastcurve werd optimaal aangepast. De wolken hebben hier en daar een maximaal verhoogd contrast gekregen om meer levendigheid in de lucht te krijgen. De binnenmuren, die bij de omzetting uniform te licht werden, zijn per vensterdoorkijk aangepast verdonkerd (gelijkvloers iets donkerder dan bovenste). Her en der verspreide storende lichte steentjes of puntjes zijn allen weggewerkt. De plaat voor het gebouw (Cook Bank) werd onleesbaar gemaakt (te opvallende tekst die niet te vermijden was bij de opname). De voorgevel werd op enkele plaatsen iets opgehelderd, en tevens het contrast lokaal verhoogd. De foto als geheel moet op het einde van de bewerkingen één eerste aantrekkingspunt hebben, dat op een sterke beeldzone moet liggen (dus zeker geen lichtste delen op de randen). In LR werd met de contrastcurve nog de fijn instelling van het totale beeld bijgesteld. Tot slot wordt via LR een fijne zwarte omranding en een witte kader rond het beeld gezet zodat ik geen passe-partout meer nodig heb. Er wordt eventueel nog een fototitel bijgevoegd en dan een de afdruk gemaakt.
De printer is een EPSON 3880 en het A2 papier is van Harman (Hahnemühle) Fine Art - Gloss Baryta 320 g/m2, een papier dat voornamelijk door beroepsfotografen voor zwart-wit fotografie gebruikt wordt. De profielen voor dit papier staan op de website van Harman en installeren automatisch in de EPSON printer. (Wat niet het geval is voor verschillende meer voor de hand liggende papieren.)
Maurice Dorikens, MFIAP