Archief > Manifestaties

Forum 2005: De Toekomst van het (Digitaal) Diaporama

Locatie: De Beuk, Kortemark
Datum: zondag 13 maart 2005

Deelnemers:

  • Maurice Dorikens, auteur en voorzitter Diaporama Club van België

  • Bob Dubois, auteur en bestuurslid van Acina Antwerpen

  • Patrick De Bruyne, auteur en bestuurslid van Scaldis Schellebelle

  • Willem van den Berg (Nl), auteur en medeorganisator van het Internationaal Supercircuit

  • Dini van Gent (Nl), auteur en organisator van een internationaal festival

  • Freddy Van Vlaenderen, voorzitter van het Centrum voor Beeldexpressie

Moderator: Johan Werbrouck, auteur en voorzitter van Kordial Multimedia

De ruime opkomst voor deze dag laat vermoeden dat het diaporama leeft en er nog altijd een grote belangstelling voor dit medium bestaat. Ervaren jullie dat ook zo?

Maurice Dorikens: "Dat het diaporama leeft, daar moet je niet aan twijfelen. Of het nog op dezelfde manier leeft als vroeger is een andere vraag. De cijfers zeggen veel. Op het laatste RPS festival ging de analoge participatie met 56 % naar beneden, de digitale participatie met 600 % naar boven. Je mag dus concluderen dat digitaal diaporama duidelijk in de lift zit. Dat zien we ook in onze eigen club Lux Nova. Waar we bijna 35 jaar met slechts 2 auteurs waren die diaporama’s maakten, zijn we nu in een jaar tijd aangegroeid tot 8. Dat zegt naar mijn gevoel genoeg.

Wat de internationale circuits betreft: daar gaat het ook de goede richting uit, alleen is er daar een taalprobleem en het is maar de vraag of een diaporama zowel in Australië, Zuid-Amerika en de diverse landen van Europa kan begrepen worden. Ik denk dat we er als diaporamist moeten op hameren dat binnen Europa alle talen gelijk moeten behandeld worden."

Met het digitaal diaporama gaat het dus goed maar hoe zit het met analoog diaporama. Hoe leeft de evolutie van digitaal naar analoog in de clubs ? Is er nog belangstelling voor analoog diaporama en wat is de toekomst voor wie de stap naar digitaal (nog) niet wenst te zetten?

Bob Dubois: "Bij ons in de club (Acina Antwerpen n.v.d.r.) zijn er nog altijd mensen die analoog werken en die dat wellicht nog een tijdje zullen blijven doen, ten eerste omdat ze opzien tegen de nieuwe creatieve uitdaging die de omschakeling met zich meebrengt, maar vooral ook omdat velen zwaar geïnvesteerd hebben in analoog materiaal (projectoren, dissolvers, klankapparatuur) en het niet zien zitten om dit alles zomaar opzij te schuiven en opnieuw te investeren in digitale apparatuur. Er is dus heel veel twijfel, hoewel een deel van de club toch reeds aan het omschakelen is."

Analoog diaporama zal in de clubs nog wel een tijdje blijven voortbestaan maar hoe zit het met wedstrijden, festivals en publieke manifestaties, zal de analoge diaporamist daar nog aan de bak komen?

Dini van Gent: "In Nederland is de situatie enigszins anders dan in België en Engeland zeg maar, bij ons werd het digitale diaporama heel lang tegengehouden, maar sinds de eerste digitale dag in november 2003 zijn de ogen van de mensen open gegaan en zijn er steeds meer auteurs digitaal gaan werken. Het overgrote deel van de auteurs maakt nog analoge diaporama’s maar ik denk dat het digitale ook bij ons zeer snel in opmars is en het belooft veel voor de toekomst. Op officiële manifestaties worden de twee categorieën naast elkaar vertoond maar analoog heeft voorlopig nog steeds de bovenhand."

Het Supercircuit (een reeks internationale festivals die samenwerken op het gebied van organisatie en logistiek n.v.d.r.) had vorig jaar zowel een analoog als een digitaal luik, dit jaar is er geen sprake meer van een festival voor analoge diaporama’s. Is dit een alleenstaand geval of bestaat de tendens bij organisatoren van internationale festivals om zich enkel nog te richten op digitale producties?

Willem van den Berg: "Vorig jaar was er inderdaad een gecombineerd analoog en digitaal supercircuit. Aanvankelijk was het de bedoeling om een afzonderlijk circuit op te zetten voor analoge en digitale diaporama’s, maar daar waren de organisatoren van de festivals van Rijen (Nederland) en Epinal (Frankrijk) geen voorstanders van en uiteindelijk werd het een gecombineerd festival. Voor de nieuwe editie van 2005 heeft Ricardo Zarate, de stichter en logistieke coördinator, een aantal nieuwe organisatoren bereid gevonden om in te stappen. De kosten voor het opsturen van analoge series naar o.a. Noord- en Zuid-Amerika lopen echter torenhoog op en daarom heeft Zarate besloten geen analoge series meer logistiek te ondersteunen. Epinal en Rijen vonden het echter bijzonder spijtig om de analoge werkers in de kou te laten staan. Rijen heeft als organisator intussen afgehaakt maar bij mijn weten is Epinal nog steeds bereid om analoge series te aanvaarden."

Afgaande op de reacties die ik vandaag heb opgevangen, is er duidelijk nood aan manifestaties zoals deze en betreuren veel mensen dat zulke ontmoetingsdagen niet frequenter plaatsvinden. Kan je stellen dat hier bij ons het bindweefsel om cluboverschrijdende activiteiten te organiseren ontbreekt?

Patrick De Bruyne: "Een manifestatie als deze dag is inderdaad een ideale gelegenheid om AV-werkers te ontmoeten. In Oost-Vlaanderen, net zoals in de meeste andere regio’s, heb je een select clubje auteurs die zich specialiseren en een bepaalde kennis meedragen. Iedereen gaat wel eens kijken naar het werk van een andere club maar het blijft moeilijk om op die gelegenheden echt met de mensen achter de techniek in contact te komen. Een dag zoals deze is de ideale gelegenheid om met mensen te praten en ervaringen uit te wisselen, en daar kan je enorm veel van opsteken. Het werk dat we hier vandaag zien, geeft een idee van waar we naar toegaan (ook internationaal) en het debat moet geopend worden. Mijn opinie daarin is dat het niet zoveel uitmaakt of het nu analoog of digitaal is, gemaakt met programma zus of zo. Het enige dat telt is het eindproduct en het feit of de mensen al of niet geboeid gekeken hebben. Hoe het technisch tot stand is gekomen doet eigenlijk weinig terzake."

DCB organiseert reeds gedurende 15 jaar een viertal activiteiten per jaar waarop diaporamisten elkaar cluboverschrijdend kunnen ontmoeten. Is dit voldoende of moeten er andere initiatieven bijkomen?

Maurice Dorikens: "Is vier activiteiten per jaar voldoende? Ik ben geneigd om te zeggen neen, maar wil er direct aan toevoegen dat je de slachtoffers moet vinden om die zaken te organiseren. Je mag niet vergeten dat een dag zoals deze iets is dat DCB maar kan inrichten om de vijf jaar. Dit doe je niet jaarlijks, daar is mankracht voor nodig en ik wil Karel Geukens citeren die enkele dagen geleden nog gezegd heeft binnen de Oostvlaamse Unie ‘Je vindt vandaag geen mensen meer die zich permanent voor een vrijwillige taak willen inzetten’. Cluboverschrijdende manifestaties steunen op vrijwilligers, wij moeten mensen vinden die bereid zijn om dat niet éénmaal te doen maar die dat permanent willen blijven doen. En ik kan u verzekeren na 15 jaar ervaring in DCB en 18 jaar binnen de FIAP dat je die mensen op één hand kunt tellen. Mensen die dergelijke activiteiten willen huisvesten mogen zich ten allen tijde aanmelden, wij zullen ze graag steunen.

Een ander heikel punt is dat wij nog altijd in een tweetalig land leven met twee cultuurgemeenschappen. Hoe langer hoe meer groeit DCB naar gesplitste activiteiten uit. Wij vinden dat ook terug in ons ledenaantal, waarvan ¾ Nederlandstalig is. Het is zeer moeilijk om een dag zoals deze tweetalig te organiseren, het is eigenlijk bijna niet te doen. Ik zoek ook wegen om bij onze Franstalige broeders dergelijke dingen te kunnen organiseren, maar dat is niet gemakkelijk."

Het Centrum voor Beeldexpressie verenigt sinds een paar jaar zowel de Vlaamse foto- en filmfederaties. Het heeft ook van het ministerie de opdracht gekregen om zoveel mogelijk de grenzen tussen de verschillende media te doorbreken en open te staan voor alle vormen van beeldexpressie. Toch merken we dat zowel in het tijdschrift Beeld Express als op de manifestaties ingericht door het CVB nauwelijks plaats is voor diaporama. Is dat dan een taak waarvan jullie (moderator richt zich tot de voorzitter van het CVB n.v.d.r.) vinden dat het niet behoort tot jullie takenpakket?

Freddy Van Vlaenderen: "Ik ben blij dat deze vraag gesteld wordt. Het is vandaag reeds aangehaald dat we steeds meer beroep moeten doen op vrijwilligers en dat deze vrijwilligers een kerntaak vervullen. Natuurlijk staat het CVB achter het diaporamagebeuren, maar de technische knowhow hebben wij niet in huis. Wat wij wel doen in dergelijke gevallen is de organisatie uit besteden aan diegenen die wel over de nodige kennis en ervaring beschikken. Ik heb al meerdere malen gepleit vanuit het CVB, gezien de middelen daar aanwezig zijn, dat de DCB de logistieke ondersteuning zou verzorgen van het diaporamagebeuren, en van zodra de mensen beschikbaar zijn die de technische ondersteuning willen op zich nemen, zijn wij met het CVB bereid om de centen op tafel te leggen en om de promotie van het diaporamagebeuren voor onze rekening te nemen. Een studiedag zoals DCB vandaag organiseert is schitterend, ik wou dat het Centrum voor Beeldexpressie dat kon doen. Ik doe een oproep naar het DCB, wij zijn de eersten om de nodige inspanningen te leveren ter ondersteuning van activiteiten en willen op die manier ook op alle gebieden van de beeldexpressie aanwezig zijn."

Maurice Dorikens: "Ik wil het probleem vanuit onze optiek even concretiseren: er is de knowhow en er zijn de vrijwilligers en dat zijn twee verschillende zaken. Maar dat is een probleem dat wij in de hand hebben en met goede wil is er veel op te lossen. Een tweede groot probleem waar wij al 15 jaar mee kampen is het vinden van geschikte locaties voor kwaliteitsvolle manifestaties. Dat is zeker een rem op onze activiteiten. Daarbij komt nog dat DCB geen vaste standplaats heeft en niemand ons daardoor eigenlijk goed kan situeren. Nu kaats ik de bal terug naar het CVB en mijn voorstel zou zijn om éénmaal per jaar rond dezelfde periode en in dezelfde locatie, in een kwaliteitsvolle zaal en met jullie middelen en met jullie promotie de zaak gelanceerd te krijgen, dan denk ik dat er bij ons binnen DCB mensen genoeg zijn om de technische ondersteuning te verzorgen. Je ziet dat het hier vandaag ook gelukt is met ons eigen materiaal en dat van de sponsor. Dat mag niet het probleem zijn. Het is volgens mijn gevoel niet in de eerste instantie een financieel probleem, het is een probleem van vrijwilligers, maar waar een wil is, is een weg, en een tweede, heel groot probleem is de promotie van dergelijke activiteiten. Maken dat je die over heel Vlaanderen en liefst over heel België voldoende ruchtbaarheid geeft. En als dat er is, waarom ook niet naar het buitenland toe. Onze grenzen liggen zo dichtbij dat onze Nederlandse broeders zeker ook moeten kunnen komen."

Freddy Van Vlaenderen: "In acht genomen het aantal overeenkomsten die we de afgelopen jaren hebben afgesloten met culturele centra en ander instanties kan het geen enkel probleem vormen om de beschikking te hebben over standingsvolle locaties. Ook het grensoverschrijdend organiseren stelt voor het CVB geen enkel probleem. We leven tenslotte in een verenigd Europa en moeten daar ook naar handelen. Momenteel schrijven we een nationale fotowedstrijd uit waarvoor we een flyer maken en alle andere promotiekanalen gebruiken, en ik zie niet in waarom dat voor deze organisatie wel zou kunnen en voor diaporama niet."

Een conclusie na deze kleine discussie is dat er blijkbaar van beide kanten veel goede wil is maar dat de communicatie tot nu toe niet zo vlot is verlopen. Er is dringend behoefte aan concrete afspraken en voorstellen. Hoog tijd dus om met alle betrokken partijen, het Centrum van Beeldexpressie, de Diaporamaclub van België en vertegenwoordigers van geïnteresseerde clubs, aan tafel te gaan zitten en werk te maken van een uitgebouwd diaporamabeleid.Vandaag kunnen de aanwezigen ook kennismaken met internationaal diaporama uit Frankrijk, Groot-Brittanië, Zuid-Amerika, etc.. Voor sommigen is dat misschien wel een primeur. Is er voldoende belangstelling van onze mensen voor wat er over de grenzen roert in de wereld van diaporama?

Bob Dubois: "Bij ons in de club wordt er melding gedaan van de uitslagen van internationale festivals en er wordt over gesproken, maar ik merk toch dat de mensen niet zo happig zijn om zelf deel te nemen en hun werk op te sturen naar het buitenland, zeker wanneer het over originelen gaat. Met het digitaal diaporama wordt het natuurlijk veel gemakkelijker en veiliger om een cd met een kopie van uw digitaal bestand op te sturen."

Vroeger was België twee gerenommeerde internationale festivals rijk, dat van Mechelen en het Eurofestival in Esneux. Momenteel is er een vacuüm ontstaan en is de kans om bij ons internationaal werk te zien minimaal. Hoe belangrijk is het om als auteur in aanraking te komen met andere stijlen en opvattingen van diaporama?

Willem van den Berg: "Het is één van de pluspunten van het Internationale Supercircuit dat alle inzendingen deelnemen aan alle competities, vorig jaar waren er dat vijf. Van de 83 ingezonden diaporama’s zijn er maximaal 20 die op alle festivals acceptaties hebben behaald. Er zit gewoon een groot verschil in cultuur en jury en zelfs de sfeer in de zaal kan bepalend zijn hoe een diaporama op dat ogenblik overkomt. Het leuke is dus dat je met een diaporama dat niet eens aanvaard wordt op het ene festival, een grote prijs kunt winnen op een ander festival, wat trouwens gebeurde met de inzending uit Uruguay “Brait an Yaining” Niemand mag zich bijgevolg laten ontmoedigen door een teleurstellend resultaat. We proberen ook zoveel mogelijk ingezonden diaporama’s daadwerkelijk te tonen op zo’n festival, maar financiële en tijdsbeperkingen laten dat helaas niet altijd toe. Bij de samenstelling van de jury wordt er ook naar gestreefd dat alle talen door ten minste één jurylid worden verstaan en dat elke deelnemer zoveel mogelijk gelijke kansen krijgt. Maar ook als je de taal niet volledig begrijpt komt in diaporama de boodschap meestal toch wel over."

Maurice Dorikens: "Het stoort mij als ik lees dat een nieuw festival in Frankrijk de auteurs de raad geeft hun diaporama’s in het Frans of Engels te maken of anders de zaak te ondertitelen omdat hun publiek geen andere talen verstaat. Ik heb grote problemen met organisatoren die niet open staan voor alle culturen en talen binnen Europa. Als we ooit een internationaal festival organiseren in Vlaanderen, gaan we dan ook vragen dat de buitenlanders hun reeksen in het Nederlands ondertitelen ? Ik vind deze houding een echte ramp voor het diaporama."

Willem van den Berg: "Vorig jaar hebben we een aantal diaporama’s ontvangen die ondertiteld waren, en dan merk je hoe moeilijk het is om een vertaling te maken die geschikt is voor ondertiteling. Het kan namelijk niet de bedoeling zijn dat je als toeschouwer de volledige duur van het diaporama teksten moet zitten lezen en daardoor geen oog meer kunt hebben voor het beeld, een gevaar dat bij diaporama’s met veel tekst zeker niet denkbeeldig is. Daarenboven is het timbre van de stem ook heel belangrijk bij het overbrengen van de boodschap. Het is gewoon moeilijk en vervelend als je als toeschouwer, en zeker als jurylid niet begrijpt wat er wordt gezegd, maar daar kan een goede samenvatting van het verhaal in verschillende talen veel aan verhelpen. Daar moeten auteurs die aan internationale festivals deelnemen terdege rekening mee houden."

Veronderstelt digitaal diaporama een ander soort creativiteit, een andere visie van de auteur dan het analoog diaporama, of we kunnen we dat gewoon transponeren?

Bob Dubois: "Je kunt een heleboel zaken van analoog diaporama overnemen en toepassen op digitaal diaporama maar dat laatste biedt oneindig veel meer creatieve mogelijkheden dan dat we ooit gehad hebben in het analoge tijdperk. Door het gebruik van Photoshop en nog andere programma’s is de weg geopend naar de “digitale donkere kamer” en zijn de creatieve mogelijkheden oneindig. Dat is voor mij het grote pluspunt van het digitale diaporama. De beeldkwaliteit is nu misschien nog niet volledig op het niveau van het diabeeld maar dat wordt in de nabije toekomst zeker ingehaald, maar nu al doen we zeker een reuze stap vooruit op het gebied van verbeelding en expressiviteit."

Digitaal diaporama introduceert een aantal nieuwe technieken zoals zoom, pan en rotatiebewegingen die we kennen uit de filmwereld. Diaporama wordt nu ook vanuit hetzelfde kastje geprojecteerd als videobeelden. Ik heb de indruk dat de eens zo duidelijke grens tussen video en diaporama nu snel aan het vervagen is. Wanneer spreken we nog over diaporama, en zijn er daar reeds afspraken over gemaakt?

Patrick De Bruyne: "Die evolutie is inderdaad volop aan de gang. Onlangs merkte ik zelfs op internet dat een organisator van een festival van digitale diaporama’s er voor koos om enkel inzendingen toe te laten die waren omgezet naar een videoformaat. Dat is iets wat er bij mij totaal niet in gaat. Als je over de kwaliteit kunt beschikken zoals wij nu, die overeenkomt met HDTV of hoger, dan ga je die toch niet gaan omzetten naar het zoveel mindere DVD formaat. Video maken van een diaporama is sowieso een stap achteruit. Of je videobeelden mag integreren in een diaporama is een ander discussiepunt. Daar heb ik wel al gelijklopende meningen over gehoord. Enerzijds moet je onderscheid maken tussen de beweging die gecreëerd wordt met stilstaande beelden; de bekende drie componenten zoomen, pannen en roteren of de zuivere bewegende filmbeelden waarin je met een frame rate werkt. De meeste organisatoren stellen dat videobeelden niet mogen geïntegreerd worden, en daar hebben ze wel gelijk in vind ik. Het moet gaan om stilstaande beelden waarin door software beweging gecreëerd wordt. Ik denk dat dit een goeie uitgangspositie is om de beide media gescheiden te houden, alhoewel ik er aan twijfel of dit in de toekomst zo zal blijven."

Willem van den Berg: "Voor het Supercircuit gaat men in het reglement uit van het stilstaande beeld, hoewel dit helaas niet is opgenomen in het conceptreglement dat op internet gepubliceerd staat. Verder is het zo dat de inzendingen in de vorm van EXE bestanden moeten worden aangeleverd. Dat vind ik persoonlijk wel jammer omdat op die manier een aantal potentiële AV- werkers die met Mac of onder Linux werken, worden uitgesloten. Ook indien de files omgezet zijn naar bv. het AVI videoformaat blijft het uitgangspunt dat het moet gemaakt zijn met stilstaande beelden en dat is toch meestal vrij gemakkelijk vast te stellen."

Dini van Gent: "Ook in de Nederlandse festivals houdt men zich voorlopig aan de afspraak om enkel met stilstaande beelden te werken. De gedachte is dat er op die manier geen al te grote verschillen zitten tussen de analoge en digitale werken die in dezelfde competitie uitkomen. Dit sluit natuurlijk niet uit dat organisatoren in de toekomst die beperking zullen laten wegvallen."

Maurice Dorikens: "In deze materie wil ik een volstrekt neutrale positie innemen. Ik vertrek van het standpunt : creativiteit is niet te stoppen. Wat je als omschrijving van een diaporama ook op papier wil zetten, het zal misschien geldig zijn gedurende één, hooguit twee jaar en dan is je definitie alweer compleet achterhaald. Organisatoren van wedstrijden kunnen natuurlijk via hun reglement beperkingen inbouwen, dat is hun goed recht, maar dat mag niet gelden voor audiovisuele shows waar geen wedstrijdelement is aan verbonden. Daar moet er plaats zijn voor iedereen, ook voor de projectie van fotobeelden op groot beeld zoals onlangs in het Gentse Caermerklooster. Dat heeft op zich zelfs niets met diaporama te maken maar het kan wel een prachtige audiovisuele show opleveren. Zo moet er op dergelijke shows ook plaats zijn voor mensen die videobeelden willen gaan verwerken in hun stilstaande beelden. De evolutie gaat steeds verder, laat ons dus niet bekrompen zijn door nu al beperkingen op te leggen."

Diaporama had tot nu toe zijn eigen niche binnen de audiovisuele wereld, met zijn eigen auteurs en zijn eigen specifiek publiek. Moeten we het opschuiven in de richting van video en film op dat vlak dan als een positieve of eerder als een negatieve evolutie beschouwen?

Freddy Van Vlaenderen: "Eerst wil ik toch even opmerken dat ik het geen goed idee vind om met zijn allen te blijven spreken over digitaal diaporama, want dit heeft niets meer te maken met dia’s. Binnen de twee jaar verdwijnt de diafilm trouwens van de markt (bron : Agfa Gevaert) en zullen we niet anders kunnen dan met zijn allen digitaal te fotograferen. Laat ons van nu af aan dus gewoon spreken over audiovisuals.

Aangezien we binnen het Centrum voor Beeldexpressie ook met fotografie en film werken, worden we heel sterk met dat probleem geconfronteerd en de vraag bestaat om manifestaties te organiseren waar zowel film als andere audiovisuele expressievormen aan de bak komen. Ofwel zijn met een bewegend beeld bezig ofwel leggen we de klemtoon op de kracht en de schoonheid van het beeld zelf. Nu zijn er zowel van het één als van het ander fervente aanhangers. Ik ga daar nu geen uitspraken over doen maar het zou zeker de moeite lonen om eens samen aan de tafel te zitten en een juiste definitie van het audiovisueel gebeuren vast te leggen, zodat we duidelijk weten waarover we spreken. Daarnaast moeten we ook samen uitmaken waar we naar toe willen en waar we het onderscheid willen leggen tussen het videogebeuren enerzijds en audiovisuals anderzijds. Als we in de toekomst willen komen tot manifestaties in kwaliteitsvolle locaties en met de nodige promotie en uitstraling waar zowel cineasten, fotografen als auteurs van audiovisuals aan hun trekken kunnen komen, zou het goed zijn om de krachten te bundelen. Als we die diverse werken kunnen projecteren vanuit dezelfde projector zal er dan misschien eindelijk belangstelling en respect voor elkaars discipline ontstaan en zullen we kunnen spreken over een beeldexpressie in zijn totaliteit, en daar kan iedereen alleen maar beter van worden."

Dini van Gent: "Binnen de landelijke fotobond van Nederland hebben wij de toestemming gekregen om onze werkgroep Audiovisueel te noemen i.p.v. het achterhaalde begrip klankdiareeksen te blijven hanteren. Dat houdt in dat alle disciplines in de toekomst bij ons welkom zijn en we hopen daardoor een grotere groep te kunnen gaan vormen waarbij ook de jongeren niet vergeten worden. Want uiteindelijk, en dat zie je ook hier in de zaal, zijn we overwegend 65 plussers (hilariteit in de zaal n.v.d.r.). Jongere mensen hebben soms grandioze ideeën en die moeten we aantrekken. Het oude diaporama was plaatjes kijken met twee projectoren en met een tekst daarachter. We leven nu wel in 2005 waarbij je alles kunt maken met zo vreselijk veel mogelijkheden en daar moeten we jonge mensen voor binnenhalen, anders is er geen vooruitgang meer."

De nieuwe digitale technieken maken het ook steeds gemakkelijker voor auteurs om andermans werk in de ene of andere vorm over te nemen en in eigen producties te gebruiken. In de muziek spreekt men reeds langer over sampling en nu gaan we dat fenomeen ook zien opduiken in audiovisuals. Zijn er daar uitgesproken standpunten over?

Maurice Dorikens: "Eén van de belangrijkste dingen bij het “opvoeden” van diaporamisten is het respect voor andermans werk bijbrengen, of dit nu beeld, muziek of tekst is. De auteurs van die originele werken verdienen op zijn minst bronvermelding. Jury’s zouden daar ernstig rekening mee moeten houden. Natuurlijk kan je er weinig aan doen als er gekopieerd wordt, soms is het enkel door toeval dat je merkt dat de auteur zijn boekje te buiten is gegaan. Misschien moet FIAP wel strenger optreden tegen dergelijke gevallen en die auteurs op een zwarte lijst zetten. Mensen die betrapt worden op plagiaat horen wat mij betreft zonder pardon thuis aan de schandpaal."

De problematiek van auteursrechten moeten we misschien ook eens bekijken vanuit het standpunt van auteurs van audiovisuals. Ons digitaal werk wordt verspreid via cd en internet, wordt vertoond op festivals (wedstrijd of op uitnodiging) waarvoor we inschrijvingsgeld betalen en ook moeten opdraaien voor de verzendingskosten, maar nooit krijgen we van organisatoren van dergelijke manifestaties een vergoeding voor het beschikbaar stellen van ons werk. Ook al vragen diezelfde organisatoren meestal inkomgeld aan wie onze werken wil komen bekijken. Hoe moeten wij daar tegen aan kijken?

Freddy Van Vlaenderen: "Ik vind dit een schitterende vraag. Mensen hebben er geen probleem mee om inkomgeld te betalen voor tentoonstellingen van professionele kunstenaars, daar bestaat geen discussie over, hetzelfde geldt ook voor de cinema, theater of enige andere vorm van cultureel vertier. Maar dat ligt duidelijk anders als ik naar een tentoonstelling ga van het werk van vrijetijdsfotografen, die wij nu trouwens binnenkort binnen het ministerie van cultuur de non-profit professionals gaan noemen. Daarmee willen we alleen maar aangeven dat de ene het doet voor de centen en de andere voor de vrij tijd, maar waarbij je, als je zegt professional te zijn, positief en met waardering wordt benaderd, terwijl je als amateur eerder neerbuigend wordt bejegend, ook al is je werk dikwijls van een evenwaardig of zelfs hoger niveau.

De ruime belangstelling voor bv. de diashow van Knokke (3 maal volle zaal aan 5 tot 7 euro inkomgeld) bewijst nochtans dat er voldoende belangstelling is van het grote publiek en dat het publiek ook wil betalen, ook voor het werk van zogenaamde “amateurs”. Het zou dus maar logisch zijn dat de auteurs vergoed worden voor hun werk. We moeten dan wel consequent zijn en bereid zijn om voor elke productie die we bijwonen een inkomgeld te betalen zodat de organisatoren uit de kosten kunnen komen. Zelf moeten we ons werk ook een zekere waarde geven, want door niets te vragen werken we in de hand dat anderen ons werk evenmin naar waarde schatten."

De evolutie van analoog naar digitaal is razendsnel gegaan. Veel mensen zitten met vragen over toekomstige evoluties en weten niet goed of ze nu moeten investeren in digitale apparatuur of nog even moeten wachten. Kunnen we daaromtrent prognoses doen?

Patrick De Bruyne: "Het digitaal fototoestel heeft de weg geëffend voor de doorbraak van het digitaal diaporama. De beelden zijn direct beschikbaar en hoeven niet meer ingescand te worden. Dat heeft velen over de streep getrokken en trekt ook jongeren aan die massaal digitaal fotograferen. Voor die groep is het omgaan met allerhande softwarepakketten ook veel natuurlijker dan voor onze generatie. De PC is voor hen wat de televisie voor ons was. Als we jonge mensen willen aantrekken moeten we in de richting van multimedia evolueren. Technisch zal het zeker ook nog evolueren.

Nu is de beeldkwaliteit reeds zeer aanvaardbaar maar de kwaliteit van de projectoren zal gegarandeerd nog verbeteren. De calibratie stelt momenteel nog een probleem. Iedereen ziet zijn beelden graag op het grote scherm in dezelfde kwaliteit zoals thuis op de eigen monitor, en dat laat nu nog wel eens te wensen over.

De resolutie van betaalbare projectoren stijgt en er komen nieuwe types op de markt. Iedereen kent de LCD en DLP techniek en nu heeft JVC de DILA techniek ontwikkeld. In combinatie met een hoge resolutie zorgt dit voor adembenemende resultaten, helaas ook met een adembenemend prijskaartje. De prijzen zullen uiteraard zakken maar goedkoop zal het wellicht nooit worden. Nu, diafotografie was in het verleden ook niet bepaald goedkoop en een weg terug is er mijns inziens niet. Wanneer je nu een PC koopt betaal je misschien evenveel als enkele jaren terug maar je krijgt wel veel meer waar voor je geld. De vraag is alleen of je al die extra mogelijkheden nodig hebt. Ik zou er voor pleiten om een PC samen te stellen op maat van de grafische toepassingen die wij gebruiken en één van de belangrijkste en ook duurste componenten in zo’n systeem is de grafische kaart. Toch zou ik iedereen willen aanraden om te investeren in zo’n goede grafische kaart."

Maurice Dorikens: "Ik wil daar graag nog een filosofische bedenking aan vastknopen. In onze audiovisuele wereld evolueren de zaken razend snel, vroeger was dit het geval en nu is dit niet anders. Naarmate de tijd verder loopt gaat het altijd maar sneller en sneller. Duurde het vroeger soms 5 jaar voor een verandering echt doorbrak, nu duurt het nauwelijks nog één jaar. Je kan nu wachten tot alles optimaal zal zijn, maar ik hoor het hier in de zaal zeggen, dan ben je er geweest en heb je aan je leven ook niets gehad. Dan zou ik toch maar de raad geven: koop nu, je weet dat je volgend jaar opnieuw achter bent maar je hebt er dan ten minste toch al een jaar plezier aan beleefd."

Met deze wijze woorden van Maurice kunnen we dit forum afsluiten en wil ik iedereen hier aan tafel hartelijk danken voor de interessante babbel.

Top

Keltor jr. © 2010              Laatst bijgewerkt: 1 juli 2010