Freddy Adam en Johan Werbrouck

AV producties Freddy Adam
AV producties Johan Werbrouck

The Vanishing Race (2004)

Samenvatting

Dit diaporama vertelt het tragische verhaal van de Noord-Amerikaanse Indianen die na een hopeloze strijd werden verdreven van hun thuisland om uiteindelijk te verdwijnen in het stof van de woestijn.

De beelden die Freddy Adam maakte van de Nationale Parken in de Verenigde Staten werden digitaal gecombineerd met de historische foto's van Edward S. Curtis.  Deze Amerikaanse fotograaf reisde in het begin van de vorige eeuw gedurende meer dan 30 jaar Noord-Amerika af om de verdwijnende indianenstammen in kaart te brengen.  De woorden waarop het scenario is gebaseerd zijn van Chief Joseph van de Nez Perce natie.

Tijdsduur: 7'30"
Software: PicturesToExe

Sfeerbeelden

The Making of "The Vanishing Race"

Inleiding

Wie alleen de digitale versie van ‘The Vanishing Race’ gezien heeft,  zal misschien verrast zijn te horen dat dit diaporama oorspronkelijk is ontworpen als een analoge presentatie voor vier projectoren.  Het was deze versie die voor het eerst vertoond werd tijdens de voorstelling van het project ‘De Elementen’ van Kordial Multimedia in oktober 2003.  Enkele maanden later behaalde het diaporama de eerste prijs op de nationale wedstrijd.  De digitale versie werd begin dit jaar klaargestoomd om deel te nemen aan de IAC Geoffrey Round Digital Competition in Engeland, de bakermat van het digitaal diaporama. Tot onze niet geringe verbazing bekroonde de jury ook daar onze productie met de eerste prijs.

Op één van onze clubavonden projecteerde Freddy Adam de dia’s die hij genomen had tijdens zijn tocht door de Nationale Parken van de Verenigde Staten.  Zijn beel­den maakten indruk op ons en we discussieerden over de mogelijkheid om er een diareeks mee te maken.  Freddy vertelde dat hij reeds maanden met het idee speelde maar tot nu toe nog geen goed uitgangspunt gevonden had voor een sterk scenario.

Hij had ook een stukje muziek bij en wilde graag onze mening horen over zijn keuze. De muziek was zeer expressief. Een man reciteerde een tekst tegen een achtergrond van Indiaans gezang. De opnamekwaliteit was niet al te best en dat maakte het voor ons niet gemakkelijker om de Engelse tekst te begrijpen. Maar het was hoe dan ook duidelijk dat het hier om een emotioneel Indiaans verhaal ging. De muziek stond op een compilatie cd die Freddy had gekregen van een vriend.  Jammer genoeg was er geen enkele informatie over de nummers en Freddy kende ook de oorsprong van het stuk niet. Mij klonk de muziek niet helemaal vreemd in de oren, maar ik kon het ook niet thuis wijzen.

Het idee om de beelden van de Amerikaanse landschappen te combineren met het thema van de Indianen was zeker niet slecht, maar het lag voor de hand en was reeds vaker gedaan. Bovendien beschikte Freddy niet over beelden van Indianen en zou het verband dus louter suggestief zijn.  Om de reeks op een hoger niveau te tillen was er duidelijk nood aan een nieuw element. Die avond vonden we echter geen oplossing voor Freddy’s probleem.

Top

De geboorte van een idee

Edward S. Curtis (1868-1952)

De volgende dagen bleef ik verder nadenken over dit onderwerp. Ik had een boek in mijn bibliotheek met de foto’s van Edward S. Curtis, een Amerikaans fotograaf die gedurende meer dan dertig jaar Noord-Amerika afreisde om het traditionele leven van de stilaan verdwijnende oorspronkelijke bewo­ners vast te leggen. Dit titanenwerk resulteerde in de publicatie van zijn onvolprezen encyclopedie “the North American Indian”. Daarmee beïnvloedde Curtis meer dan wie ook het beeld dat wij nu nog van de Indianen hebben.

Terwijl ik steeds weer opnieuw door het boek bladerde, groeide het idee en het verlangen om deze foto’s te combineren met de landschappen van Freddy. Ik was ervan overtuigd dat de impact veel krachtiger zou zijn als we de Indianen echt konden tonen in relatie met hun thuisland, dan hun aanwezigheid alleen maar te suggereren met tekst en muziek. De uitdaging zou echter zijn om deze twee elementen op een creatieve en overtuigende manier te combineren.

Op hetzelfde moment was ik ook reeds op zoek gegaan naar passende muziek.  Je mag het nu geloven of niet, maar ergens verborgen in mijn eigen (nogal grote) cd- collectie vond ik de originele cd met het stuk dat Freddy ons had laten horen.  Mijn intuïtie had me dus niet bedrogen, ik had het stuk reeds eerder gehoord.  De titel van de cd is ‘Music for the Native Americans’ door Robbie Robertson and The Red Road Ensemble.  Sommigen kennen Robertson misschien nog uit de tijd toen hij deel uit­maakte van de rockgroep ‘The Band’ die samenspeelde met Bob Dylan.  Er vloeit Indiaans bloed door zijn aderen en dit project was een eerbetoon aan zijn voorou­ders.  Ik had  nog een andere meevaller want de songteksten stonden afgedrukt in het cd-boekje.  Van zodra ik ze gelezen had, wist ik dat ze de ideale inspiratiebron waren om een scenario op te bouwen.  In één van de songs (deze die Freddy ons had laten horen) gebruikt Robertson de wijze woorden van Chief Joseph van de Nez Percé natie.  Die drukt daarin zijn gevoelens uit goed wetende dat zijn volk verslagen is en verdreven zal worden van hun geboorteland.  In een andere song wordt de spirituele band beschreven die de Indianen hebben met het land en de natuur.

In die periode was ik druk bezig met een ander diaporama (Kamer 17) dat me heel wat kopzorgen bezorgde, maar ik was er toch op gebrand om zo snel mogelijk met dit project te starten omdat ik overtuigd was van het grote potentieel.  Maar eerst en vooral moest ik met Freddy praten.

Ik bracht hem op de hoogte van mijn ontdekkingen en ideeën, toonde hem de foto’s van Curtis en voelde mij gelukkig toen hij instemde met mijn plannen. We bekeken zijn dia’s nog eens opnieuw en maakten een eerste selectie. We behielden alleen de allerbeste beelden uit reeksen gelijkaardige dia’s en ook alle opnames  die technisch niet 100 % waren gingen er onherroepelijk uit.  Vanaf dat ogenblik gaf Freddy mij de volledige vrijheid en kon het echte werk beginnen.

Zoals ik reeds in de inleiding vermeldde, was de reeks oorspronkelijk bedoeld voor een analoge projectie met vier projectoren.  Mijn eerste idee was om de foto’s van de Indianen met een tweede en derde projector in te vloeien in de landschappen.  Al snel bleek dat dit niet mogelijk zou zijn.  Er waren te weinig donkere partijen in de zonovergoten landschappen om dit op een geslaagde manier te kunnen doen.  Een ander probleem was het kleurverschil.  De landschappen hadden de typische rijk verzadigde kleuren van de Velvia film terwijl de foto’s van de Indianen in sepia toon waren afgedrukt.  Ik was van mening dat het essentieel zou zijn voor de eenheid en natuurlijke beeldvloei van het diaporama dat de kleuren op de één of andere manier zouden overeenkomen.  Voor beide problemen zag ik maar één oplossing : Photoshop.  Ik had reeds enige ervaring met dit programma. In 1998 maakte ik “Manhattan Sketches”, een diaporama waarin alle beelden digitaal zijn bewerkt.  Sindsdien heb ik een systeem ontwikkeld om beelden van mijn computerscherm te reproduceren op diafilm.  Ook voor dit diaporama zou ik deze techniek toepassen.

Vanaf dat moment was er een constante interactie tussen het ontwerpen van de klankband, het uitkiezen van de beelden, experimenteren in Photoshop en het uit­werken van een sterke verhaallijn.  De woorden van Chief Joseph waren mijn lei­draad in dit proces, en ik probeerde de verschillende emoties - evoluerend van een sterk gevoel van eenheid met het land, naar de bittere confrontatie met de blanken, om uiteindelijk uit te monden in gevoelens van verslagenheid en vernedering - te onderlijnen met passende beelden en muziek.

Top

Digitale beeldbewerking

Beeldkwaliteit was één van de criteria bij het selecteren van de foto’s uit het boek van Curtis.  Hoewel de meeste meer dan 100 jaar oud waren en bovendien gereproduceerd in een boek, was de kwaliteit toch dikwijls verrassend goed.  Ik zocht ook naar beelden die pasten bij de verschillende emoties in de tekst.  Tenslotte moesten de beelden  ook geschikt zijn om te verwerken in de landschapsfoto’s.

Ik scande een selectie van Freddy’s dia’s met een Nikon ED 4000 Coolscan.  De full size scans werden gereduceerd tot 1560X1040 pixels, een formaat dat perfect paste op mijn 19 inch monitor met de resolutie ingesteld op 1600X1200.  Ik gebruik deze hoge resolutie om de beste beeldkwaliteit te bekomen met het oog op het re­produceren op diafilm. De foto’s van de Indianen werden ingescand met een Epson flatbed scanner.  Eens dit werkje was geklaard, kon ik beginnen met het experimenteren  met verschillende combinaties van beelden. Ik werkte in Photoshop met lagen en stapelde verschillende beelden op elkaar.  

Verschillende beeldcombinaties kunnen gemakkelijk en snel uitgeprobeerd worden door het activeren of deactiveren van de verschillende lagen.  In het bovenste beeld zijn laag 3 en de achtergrond geactiveerd. Het masker van laag 3 zorgt voor een naadloze overgang tussen de tekening en het landschap. In het tweede voorbeeld is ook laag 2 te zien in de soft light modus.  Het mengen van de wolkenlucht met het landschap geeft een indruk van stofwolken.  In het derde voorbeeld is laag 1 geactiveerd en neemt de plaats in van de achtergrond die nu afgedekt wordt en dus niet meer zichtbaar is.

Om het probleem van het kleurverschil tussen de landschappen en de Indianen op te lossen, werkte ik met verlooplagen.  Ik selecteerde twee kleuren in een landschap, één als de achtergrond kleur, de andere als voorgrondkleur. (bv. een blauwe tint uit de lucht en een rode tint uit de rotsen).  Ik maakte een laag, vulde die met een ver­loop van deze twee kleuren, plaatste ze boven een beeld van de Indianen en koos ‘kleur’ als overvloei modus.  Het resultaat is dat het onderliggende beeld van de Indianen de kleur van de boven liggende verlooplaag overneemt. Door de dekking van de laag te veranderen of de tint en verzadiging van het verloop aan te passen, ontstaan telkens nieuwe kleurvarianten.  Mijn uiteindelijk doel was om de Indianen zo overtuigend mogelijk te integreren in de landschappen, daarom moest ik voorzichtig zijn om de kleureffecten niet te overdrijven.  In het onderstaande voorbeeld zie je hoe de originele foto stilaan transformeert tot het beeld dat uiteindelijk in de reeks gebruikt wordt.

Veel van de foto’s van Curtis zijn opgenomen in het verticale formaat. Bij de selectie moest ik er rekening mee houden dat ze moesten worden omgezet in het horizontale diaformaat.  Hier heb ik de lucht donker gemaakt om de nadruk op de ogen te leggen.  Het verloop maakte ik met de kleuren uit één van de landschappen die in de  reeks bij dit beeld horen.

In een aantal gevallen combineerde ik de landschappen en Indianen met beelden van wolken en zonsondergangen om een specifieke sfeer te creëren. Eén beeld in het bijzonder van dansende Indianen inspireerde me om dit thema wat uitgebreider in het diaporama te verwerken.  In het volgende voorbeeld kan je zien hoe ik het beeld combineerde met een foto van een medicijnman en de scène extra drama gaf door het toevoegen van een nieuwe krachtige en kleurrijke lucht.

Het eerste wat ik deed, was het lichtjes vervagen van de dansende Indianen (laag 1). Om de voorgrond niet te beïnvloeden selecteerde ik met de lasso enkel de bovenste helft van het beeld.  Het doel was om een gevoel van scherptediepte te creëren in het uiteindelijke beeld.  Ik selecteerde de medicijnman in de originele foto door het tekenen van een pad en dit om te zetten in een selectie (laag 3). Ik gebruikte een masker om de voorgrond vloeiend te laten overlopen in de voorgrond van laag 1. Om wat extra nadruk te leggen op de medicijnman maakte ik in de laageffecten van laag 3 een gloed die ik daarna converteerde tot een onafhankelijke laag (laag 2). Hier werd het masker gebruikt om de gloed onder de horizonlijn te verbergen. Laag 4 is een verloop om het bovenste gedeelte van de lucht donkerder te maken.  Het masker voorkomt dat het hoofd van de medicijnman eveneens donkerder wordt. Uiteindelijk komt er bovenop dit alles een beeld van een zonsondergang.  De overvloeimodus ‘fel licht’ gaf me het effect dat ik wilde.  Het masker voorkomt dat de wolken doorschijnen op de voorgrond en op de medicijnman.

Omdat het diaporama aanvankelijk gemaakt werd voor vier projectoren moest ik ook een hoop beelden maken met zwarte partijen waar ik dan later met de verschillende projectoren andere beelden kon in projecteren.  Zoals je kan denken nam al dit werk in de digitale doka heel veel tijd in beslag.  Gedurende twee maanden spendeerde ik al mijn vrije tijd aan dit project en liet mijn ander werk (we waren toen reeds volop bezig met de voorbereiding van ‘De Elementen’) liggen.

Ik heb ondervonden dat het experimenteren met beelden in Photoshop heel wat ideeën oplevert die nuttig zijn bij het verder ontwikkelen van het diaporama. Toen het digitale werk af was, had ik dan ook reeds een duidelijk beeld in mijn hoofd van hoe de uiteindelijke montage er zou uitzien.

Ik reproduceerde al de digitale beelden op diafilm (Sensia 100) en was best tevreden met het resultaat. Gemengd met de originele beelden op Velvia film viel het verschil nauwelijks op, ten minste als je van op een normale kijkafstand beoordeelde. De volgende stap was het programmeren van de vier projectoren in Imagix van Bässgen, maar eerst moest de soundtrack nog in elkaar geknutseld worden.

Top

De soundtrack

Van bij de start was het duidelijk dat fragmenten uit de twee songs van Robbie Robertson de basis van de soundtrack zouden vormen.  Maar al snel voelde ik de noodzaak om een instrumentale proloog en epiloog toe te voegen.  Ik wilde niet met de deur in huis vallen en de proloog moest dienen om de sfeer op te bouwen.  De epiloog had ik nodig voor de eindaftiteling.  Ik moest ook passende muziek vinden bij de episode van de dansende Indianen en de introductie van de blanken en de ramp­spoed die ze met zich meebrachten.  Voor ik het goed en wel besefte werd de soundtrack steeds complexer en uiteindelijk eindigde ik met 13 klankfragmenten voor een totale tijdsduur van 7 ½ minuut.

Ik gebruikte Samplitude Producer 2496 om de klankband samen te stellen. Door het aanpassen van de geluidsdynamiek was ik in staat de stem van Robertson wat meer op de voorgrond te krijgen en dat kwam de verstaanbaarheid van de tekst ten goede. Als je het geluid niet vindt waarnaar je op zoek bent, blijft er slechts één alternatief : je moet het zelf maken. Zowel voor de proloog als de epiloog stapelde ik verschillende lagen geluid op elkaar om de gewenste sound te verkrijgen. Voor de proloog gebruikte ik een combinatie van een elektronische achtergrond, de fluit van Carlos Nakai, een onweer en het geluid van huilende wolven. Digitale montage maakte het mogelijk om al deze verschillende geluiden als één compositie te laten klinken. Nu waren al de afzonderlijke stukjes van de puzzel klaar en kwam het er op aan om ze samen te voegen. Er waren een paar passages waar ik niet zeker was of ik de juiste keuzes had gemaakt. Ik vroeg Freddy naar zijn mening en na het bespreken en uitproberen van de verschillende opties kwamen we zonder problemen tot een akkoord over de definitieve versie.

Top

De digitale versie

Op het moment dat ‘The Vanishing Race’ werd gemaakt, had ik nog weinig of geen ervaring met PicturestoExe. Ik had er wel uitvoerig over gelezen in het Engelse AV World en in artikels van M. Dorikens. Na ons Gala in oktober 2003 vond ik de tijd om met het programma te experimenteren en ik vroeg me af of het mogelijk zou zijn om met dit eenvoudig programma een analoge vier projectoren presentatie te simuleren.

Ik dacht dat ‘The Vanishing Race’ een goede test zou zijn, temeer daar ik de meeste beelden reeds in digitale vorm op mijn harde schijf had staan. Omdat het formaat van de beelden 1560x1040 pixels bedroeg, moest ik ze herschalen tot 1024x640 pixels voor PTE. Om de effecten te creëren in PTE die ik eerder met de vier projectoren had gemaakt in de analoge versie moest ik opnieuw mijn toevlucht zoeken tot Photoshop.

Aanvankelijk was ik een beetje sceptisch of dit zou werken, maar ik moet toegeven dat het resultaat voldoening gaf. Er zijn natuurlijk belangrijke verschillen. Met vier projectoren kan je vier verschillende beelden in- of uitvloeien op hetzelfde moment, elk met zijn eigen overvloeitijd en curve. In PTE heb je slechts de beschikking over ‘twee projectoren’ met dezelfde overvloeitijd en curve. Dat is een grote beperking en veel effecten moeten herdacht en hermaakt worden in Photoshop. Het betekent ook dat sommige delicate overvloei-effecten en derde beelden eenvoudig weg niet kunnen gereproduceerd worden.

PTE biedt daarentegen het grote voordeel dat de verschillende beelden perfect op elkaar passen. Dat opent nieuwe perspectieven en maakt het mogelijk om beeldop­eenvolgingen te maken waarbij één deel van het beeld (bv. de voorgrond) verandert, terwijl een ander deel (bv. de achtergrond) ongewijzigd op het scherm blijft staan, iets wat met de traditionele projectie niet mogelijk is. Iedereen die ooit vier projectoren in register heeft opgesteld weet dat dit een karwei is die zelden of nooit het gewenste resultaat oplevert.

Naar wat ik gelezen heb over de nieuwste versie van M-Objects lijkt het erop dat dit programma het beste van beide werelden combineert. Het maakt het mogelijk op dezelfde manier de overvloeiers te programmeren als in een multi projector show waarbij de beelden op onafhankelijke sporen zijn geplaatst, en het biedt alle voorde­len en mogelijkheden van digitale beeldbewerking. Bovendien biedt het ook een EXE file aan en verdient het dus zeker onze aandacht in de nabije toekomst.

Werken met PicturestoExe vereist een totaal andere aanpak dan het analoog diapo­rama. Veel van het denkwerk moet worden gedaan in Photoshop of een ander beeldbewerkingprogramma, tenminste als je alle mogelijkheden van het digitaal diaporama wilt benutten. Ik ben er van overtuigd dat mijn ervaring met vier projectoren presentaties en het werken met Photoshop me aardig heeft geholpen bij de overstap naar PTE.

Johan Werbrouck

Top

Keltor jr. © 2010              Laatst bijgewerkt: 1 juli 2010