Johan Werbrouck

Biografie - AV producties - Fotogalerij
Analoge producties

De Laatste Zeven Dagen (1991)

Samenvatting

Geïnspireerd door de roman van Umberto Eco “De naam van de roos” verhaalt dit diaporama over de mysterieuze gebeurtenissen en uiteindelijke ondergang van een middeleeuwse abdij. De evocatie van het inferno waaraan de abdij ten prooi valt, krijgt een extra dimensie door het optimaal gebruik van de vier projectoren. Dit diaporama betekende voor de auteur de doorbraak op zowel nationale als internationale festivals.

Tijdsduur: 11'50"
4 projectoren / cassette 4.75 - DBX / Bässgen plustrac

Sfeerbeelden

The Making of "De Laatste Zeven Dagen"

Inleiding

De ontstaansgeschiedenis van een diaporama kan vele vormen aannemen. Soms vergt het maandenlang, ja zelfs jarenlang zwoegen voor een diaporama zich naar uw hand laat zetten. Gelukkig gebeurt het ook dat een diaporama als een rijpe vrucht in uw schoot valt. Al dient dit laatste toch enigszins gerelativeerd te worden.

De laatste zeven dagen is een voorbeeld van deze tweede categorie. Enkele jaren geleden bracht ik samen met enkele vrienden een verlengd weekend door in Normandië. Hoewel het fototoestel van de partij was, was fotograferen niet onze eerste bekommernis en werd de gedachte aan een diaporama verdrongen door het schitterend weer, bruisende cider en andere Normandische geneugten.

Tijdens één van onze zwerftochten door de streek belanden we bij de abdijruïne van Jumièges, gelegen in een bocht van de Seine even buiten Rouen. De omstandigheden waren ideaal. Een scherp aftekenend licht, een heldere blauwe hemel, fris lentegroen, weinig volk en een schitterende locatie. Op dergelijke momenten komt het onvermijdelijke “diaporamabeest” in mij boven. Een dergelijke uitgelezen kans mag je niet laten liggen. Er werd ongeveer anderhalf uur uitgetrokken voor een fotografische exploratie en in die tijd schoot ik ongeveer twee filmrolletjes Fujichrome op. Op het eerste gezicht niet zo heel veel, maar het waren allemaal overdachte opnames die zoveel mogelijk verschillende aspecten en gezichten van de ruïne lieten zien. Dat ik later ongeveer 80% van de gemaakte dia’s in mijn reeks heb kunnen gebruiken, bewijst dit.

Vooral het lichtspel in de nog bestaande zuilengalerijen trok mij bijzonder aan. Uit ervaring wist ik dat een licht- en schaduwspel met veel donkere partijen, later tijdens de montage, veel mogelijkheden zou bieden voor creatieve beeldwisselingen en derde beelden. Ik aarzelde dan ook niet om beelden te maken die soms voor meer dan de helft uit zwart bestonden. Dat dergelijke dia’s op zich weinig aantrekkelijk zijn is juist, maar mijn bedoeling was van meet af aan om met deze beelden een diaporama te maken en in die context zouden ze hun nut zeker bewijzen.

Ik zorgde er ook voor dat ik voldoende afwisseling had tussen opnames van algemene zichten en nabij opnames van verweerde muren, achtergebleven beelden, etc.

Het Scenario

Terug thuis, bevielen de resultaten me zodanig dat ik zin had om onmiddellijk met mijn dia’s aan de slag te gaan en een reeks samen te stellen. Toen stelde zich natuurlijk het probleem van het scenario. Welke richting zou ik uitgaan? Een sfeerreeks behoorde tot de voor de hand liggende mogelijkheden. Misschien kon ik er ook een tekst aan toevoegen, of waren er misschien nog andere alternatieven ?

Tijdens de Britse Dag ingericht door DCB had ik kennisgemaakt met het Engelse diaporama en dat heeft mijn kijk op het diaporama in niet geringe mate verruimd. De Engelsen zijn meesters in het vertellen van verhalen, meestal met documentaire inslag. Zij slagen erin om met hun diaporama’s een publiek in de ban te houden van aangrijpende en soms uitgebreide en ingewikkelde verhalen. Zij bewijzen dat je bij de keuze van een onderwerp voor een diaporama best ambitieus mocht zijn en je niet hoefde te beperken tot één fotografisch thema met tekst- of muziekbegeleiding. Net zoals in de film kon je verschillende tijdsniveaus en locaties in een reeks verwerken en kon je uw reeks opbouwen uit verschillende scènes die door de verhaallijn met elkaar werden verbonden.

Gewapend met deze kennis zocht ik naar een verhaallijn die aan mijn dia’s een meerwaarde kon geven. Haast automatisch kwam ik bij “De naam van de Roos” terecht. Ik had het boek gelezen en de film gezien en beiden hadden me sterk aangesproken. Nu ik zelf over dia’s beschikte van een abdijruïne was de link snel gelegd. Aanvankelijk had ik nogal wat twijfels over de haalbaarheid van een dergelijk ambitieus project. Hoe kon ik een dergelijk ingewikkelde roman verwerken in een diaporama van maximum 12 minuten ? Het was duidelijk dat ik enkel de grote verhaallijn en enkele essentiële elementen kon overhouden. Nadat ik de roman opnieuw ter hand had genomen en onderzocht had wat ik met dia’s kon illustreren en wat niet, maakte ik een lijst van wat ik in mijn reeks wilde en kon verwerken:

  • de voorstelling van de personages
  • de reis naar de abdij
  • de befaamde bibliotheek
  • de geheimzinnige sfeer in de abdij
  • de brand van de abdij

Omdat ik geen mogelijkheid zag om in het kader van mijn diareeks een oplossing uit te werken voor het mysterie en de kwade krachten waaraan de abdij ten prooi viel, liet ik, in tegenstelling tot de roman, William van Baskerville omkomen in de brand. Zo kon het mysterie blijven.

Om mijn reeks toch met een afgerond en voldoening schenkend slot te beëindigen, bouwde ik een epiloog in. Daarin is na zoveel jaren de novice eindelijk in staat afscheid van zijn meester te nemen en hij richt ter zijne nagedachtenis een kruis op. De reeks eindigt met een onheilspellend beeld van het nog steeds op de loer liggende kwaad.

Met dit scenario en de roman bij de hand schreef ik de tekst voor mijn diaporama. Net zoals in de roman wordt het verhaal verteld door de jonge novice, Adson van Melk, leerling van William van Baskerville. De grootste uitdaging bestond erin het verhaal zo duidelijk en sfeervol mogelijk te vertellen en toch binnen de tijdslimiet te blijven die het diaporama mij opdrong. Vooral ook omdat ik mijn reeks niet wilde volproppen met tekst maar ook ruimte wilde laten voor passages waarin het beeld en de muziek de hoofdrol vertolken.

Het ontwerp van het scenario en het schrijven van de tekst gebeurde binnen de 14 dagen na de uitstap.

Aanvullende fotografie

Het scenario maakte snel duidelijk dat ik nog heel wat bijkomende beelden nodig had om mijn reeks vol te maken. De reis naar de abdij kon ik illustreren met dia’s uit mijn archief (beelden uit Zuid-Frankrijk). Voor de voorstelling van mijn personages en een inleidende situatieschets gebruikte ik interieuropnames van een kerk die ik speciaal ging fotograferen in Veurne. In een kunstboek over de Heilige Benedictus vond ik afbeeldingen van versierde manuscripten, monniken, miniaturen en een plattegrond van een abdij. Daarmee had ik de beelden om mijn tekst over de bibliotheek te illustreren en kon ik ook William van Baskerville een gezicht geven.

Moeilijker was het om in mijn beelden de aanwezigheid van de kwade krachten die de abdij in hun greep hielden, op te roepen en een sfeer van de nakende Apocalyps te creëren. Na veel zoek- en denkwerk en enkele slapeloze nachten kwam het toeval mij een handje helpen. In een boekhandel vond ik een boek over Giger, een Zwitsers hedendaags kunstenaar en virtuoos met de verfspuit. Zijn angstaanjagende visioenen sieren menig illustratie en platenhoes en hij is het ook die de decors en monsters uit de “Alien” films heeft ontworpen. In dit boek vond ik alles om mijn “antichrist” tot leven te wekken.

Van in het begin stond het voor mij vast dat de scène van de brand het dramatisch hoogtepunt moest worden van mijn reeks. Dit moest dan ook voldoende geloofwaardig en spectaculair in beeld gebracht worden. Hier zou de overvloeitechniek en het bijzonder de techniek van het derde beeld mij ter hulp moeten komen. In ieder geval had ik dia’s nodig van vlammen die ik in overdruk over de ruïnedia’s kon projecteren. Daartoe fotografeerde ik thuis het haardvuur. Ik moest er alleen voor zorgen dat de vlammen voldoende indrukwekkend waren en er geen storende elementen zoals houtblokken of dergelijke mee in beeld kwamen. De donkere achtergrond van de haard was voor mijn toepassing ideaal. De dia’s van de ruïne die ik in deze scène wilde gebruiken verschilden naar mijn smaak te weinig van de rest om de sfeer van een nachtelijke brand op te roepen. Om dat te bereiken maakte ik negatieve kopies op grafische film die ik samen met de originelen inkaderde (in register). Het effect waren beelden waarvan de hemels gedeeltelijk of volledig zwart waren (“zwarte rookwolken”) en waarop sommige muren er “zwartgeblakerd” uitzagen. De zwarte partijen lieten ook toe om derde beelden met de vlammen te creëren.

De Klankband

In dit stadium begon ik ook reeds te denken aan de samenstelling van de klankband en de muziekkeuze. Ik kende de soundtrack die James Horner schreef voor de film “De Naam van de Roos” en die muziek leek ook voor mijn diaporama ideaal. Alleen was de CD hier nergens te vinden en kon hij alleen tegen woekerprijzen vanuit Japan geïmporteerd worden. Uiteindelijk vond ik hem toch in de bibliotheek van Brugge. Met de dia’s op de lichtbak selecteerde ik de fragmenten die mij geschikt leken en kwam tot de conclusie dat ik nog bijkomende muziek nodig had. In mijn eigen discotheek vond ik een CD van Peter Hamel met “new-age” orgelmuziek en een van David Parsons met de muzikale beschrijving van de Himalaya. Daaruit selecteerde ik telkens een fragment. Het “Parsons” fragment mixte ik met een herhaald ritmisch motief uit de “Horner” soundtrack. Dit zou de muzikale ruggengraat worden van de brandscène.

Bij Rombaux in Brugge vond ik een CD met gregoriaanse solozang, opgenomen in de ruime en weergalmende akoestiek van de abdij van Thoronet. Deze muziek paste als gegoten bij de beelden van de zuilengalerijen. Ook hier mixte ik een fragment uit de “Horner” soundtrack doorheen dat echter slechts op bepaalde ogenbikken aan de oppervlakte komt, maar toch een element van groeiende spanning toevoegt.

Om het realiteitsgevoel te verhogen besloot ik ook een aantal geluiden toe te voegen. Uit een CD met geluiden selecteerde ik het geluid van een waterval en dat van een paard met kar. Het geluid van knetterend vuur maakte ik zelf. Voor de microfoon verfrommelde ik cellofaan. Ik speelde het af op een tragere snelheid en voegde er een dosis galm aan toe. Ook aan de stemopname voegde ik een lichte nagalm toe wat de indruk moet wekken dat de verteller zich in de ruimte bevindt die op de dia’s is te zien. Aan de hand van de uitgestalde dia’s op de lichtbak stelde ik een timing op en een schema van de klankband. De uiteindelijke mixing maakte ik met een 8-sporenrecorder. Dit liet toe op een rustige en efficiënte wijze alle ingrediënten perfect te positioneren en te mixen.

De Montage

Eens de klankband af was, kon ik beginnen denken aan de montage. Hier dien ik wel te vermelden dat de oorspronkelijke versie van “De laatste zeven dagen” werd gemaakt op een ogenblik dat ik slechts over twee projectoren beschikte. Het concept achter de reeks was echter volledig uitgedacht in functie van een meerprojectoren projectie. De eerste versie was dan ook slechts een voorlopige versie met veel tekortkomingen. Van zodra ik over mijn “Bassgen” met vier projectoren beschikte heb ik de reeks herwerkt. Die eerste versie zal ik hier dan ook verder buiten beschouwing laten.

Persoonlijk hecht ik zeer veel belang aan de vormgeving van een diaporama. De kwaliteit van het beeld en de beeldverwerking hebben mijn grootste aandacht. Ik vind dit namelijk een van de grote troeven van de diaporama t.o.z. van andere media en het is dus ook maar logisch dat die optimaal wordt benut. Bij het monteren van mijn dia’s besteed ik altijd veel tijd aan het uitzoeken van mooie beeldovergangen en derde beelden. De dia’s worden ontelbare keren geprojecteerd, steeds in andere combinaties, om op die manier de beste resultaten te bereiken.

In een belangrijke scene zoals de brand liet de vierprojectoren projectie toe een constante beeldvloeiing te creëren waarbij steeds meer dan één dia tegelijkertijd op het scherm staat. Op die manier kon ik de illusie scheppen van de brandende abdij. Een hulpmiddel hierbij was zeker het gebruik van soft-edge maskers die toelaten twee of meer beelden naadloos in elkaar te laten overvloeien en waarmee ongewenste delen in een dia kunnen worden afgeschermd.

Met de Bässgen overvloeiapparatuur is het mogelijk de beeldwisseling perfect te synchroniseren met de klankband. Ik heb dan ook veel aandacht besteed aan het illustreren van accenten en climaxen in de klankband met een bijpassend beeldeffect.

Hoewel er heel wat tijd en werk kroop in het productieproces ging alles heel vlot en kon ik de eerste versie reeds na vijf maanden in de club voorstellen. Het herwerken voor de tweede, definitieve versie nam nog eens een week in beslag.

In 1994 werd “De laatste zeven dagen” o.a. op het Internationaal Festival van Mechelen bekroond met de prijs voor de beste beeldwisseling en derde beelden.

Johan Werbrouck

Top

Keltor jr. © 2010              Laatst bijgewerkt: 29 augustus 2010